BWBR0008824
Geldig vanaf 1997-07-19
Artikel 10
Regeling stimulering van internationale structurele samenwerking van hogescholen 1997-2000
Voor toewijzing van de subsidie voor de in artikel 5 genoemde activiteiten gelden in ieder geval de volgende voorwaarden:
a. De aanvraag omvat: 1. Instellingsnamen met opgave van de penvoerder
2. Projectvoorstel met doelomschrijving en activiteiten consistent met artikel 2 respectievelijk 5.
3. Een bestedingsplan voor de subsidie
4. Uit een gezamenlijke aanvraag dient te blijken welke instellingen aan de aanvraag deelnemen en voor welk bedrag toe te wijzen bedrag elk der instellingen een aanvraag indient.
1. Instellingsnamen met opgave van de penvoerder
2. Projectvoorstel met doelomschrijving en activiteiten consistent met artikel 2 respectievelijk 5.
3. Een bestedingsplan voor de subsidie
4. Uit een gezamenlijke aanvraag dient te blijken welke instellingen aan de aanvraag deelnemen en voor welk bedrag toe te wijzen bedrag elk der instellingen een aanvraag indient.
b. Twee of meer Nederlandse instellingen participeren en leveren een financiële bijdrage van ten minste 50% voor de door hen te entameren activiteiten in een samenwerkingsverband met instellingen passend in hun internationale profiel;
c. Eén of meer instellingen uit een prioritair land genoemd in artikel 3, waarmee bij voorkeur reeds samenwerking plaatsvindt, participeren en leveren een financiële bijdrage voor door hen te entameren activiteiten;
d. Maximaal 25% van de subsidie aan de Nederlandse instellingen kan worden besteed aan studentenmobiliteit.
a. De aanvraag omvat: 1. Instellingsnamen met opgave van de penvoerder
2. Projectvoorstel met doelomschrijving en activiteiten consistent met artikel 2 respectievelijk 5.
3. Een bestedingsplan voor de subsidie
4. Uit een gezamenlijke aanvraag dient te blijken welke instellingen aan de aanvraag deelnemen en voor welk bedrag toe te wijzen bedrag elk der instellingen een aanvraag indient.
1. Instellingsnamen met opgave van de penvoerder
2. Projectvoorstel met doelomschrijving en activiteiten consistent met artikel 2 respectievelijk 5.
3. Een bestedingsplan voor de subsidie
4. Uit een gezamenlijke aanvraag dient te blijken welke instellingen aan de aanvraag deelnemen en voor welk bedrag toe te wijzen bedrag elk der instellingen een aanvraag indient.
b. Twee of meer Nederlandse instellingen participeren en leveren een financiële bijdrage van ten minste 50% voor de door hen te entameren activiteiten in een samenwerkingsverband met instellingen passend in hun internationale profiel;
c. Eén of meer instellingen uit een prioritair land genoemd in artikel 3, waarmee bij voorkeur reeds samenwerking plaatsvindt, participeren en leveren een financiële bijdrage voor door hen te entameren activiteiten;
d. Maximaal 25% van de subsidie aan de Nederlandse instellingen kan worden besteed aan studentenmobiliteit.