BWBR0008823
Geldig vanaf 1997-07-18
Artikel 5
Besluit rijksbijdrage economische stimuleringsgebieden
1. De gemeentebesturen zenden telkens vóór 1 oktober van de jaren 1998 tot en met 2002 een verslag over de voortgang van het beleid in de economische stimuleringsgebieden aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en aan de Staatssecretaris van Economische Zaken. In het verslag geven zij aan welke wijzigingen in de regelgeving van het Rijk, respectievelijk, welke door het Rijk anderszins te nemen maatregelen gewenst zijn met het oog op een doeltreffend beleid in de economische stimuleringsgebieden.
2. De gemeentebesturen en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Economische Zaken voeren periodiek overleg gericht op de voortgang, het wegnemen van knelpunten, wet- en regelgeving inzake de economische stimuleringsgebieden waarbij in elk geval het in het eerste lid genoemde jaarlijkse verslag wordt geagendeerd.
3. De gemeentebesturen dienen aan het einde van de in artikel 2vermelde periode een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de economische stimuleringsgebieden bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en bij de Staatssecretaris van Economische Zaken in.
2. De gemeentebesturen en de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en de Staatssecretaris van Economische Zaken voeren periodiek overleg gericht op de voortgang, het wegnemen van knelpunten, wet- en regelgeving inzake de economische stimuleringsgebieden waarbij in elk geval het in het eerste lid genoemde jaarlijkse verslag wordt geagendeerd.
3. De gemeentebesturen dienen aan het einde van de in artikel 2vermelde periode een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de economische stimuleringsgebieden bij de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en bij de Staatssecretaris van Economische Zaken in.