BWBR0008816
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 2
Regeling ziektekostenvoorziening onderwijs en onderzoekpersoneel
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. «Onze Minister»: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
b. «inkomsten»: 1. alle door Onze Minister nader te bepalen inkomsten uit of in verband met arbeid daartoe mede gerekend pensioenen en uitkeringen ingevolge sociale regelingen, onder welke benamingen dan ook;
2. inkomsten uit of in verband met de uitoefening van een vrij beroep of eigen bedrijf, zijnde winst uit onderneming als bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 1964;
1. alle door Onze Minister nader te bepalen inkomsten uit of in verband met arbeid daartoe mede gerekend pensioenen en uitkeringen ingevolge sociale regelingen, onder welke benamingen dan ook;
2. inkomsten uit of in verband met de uitoefening van een vrij beroep of eigen bedrijf, zijnde winst uit onderneming als bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 1964;
c. instelling: 1. een school in de zin van de Wet op het primair onderwijs;
2. een school of instelling in de zin van de Wet op de expertisecentra;
3. een bekostigde school in de zin van de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel een op de Experimentenwet onderwijs gebaseerde instelling;
4. vervallen;
5. een instelling als bedoeld in de artikelen 1 en 12 van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten;
6. een centrale dienst als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 69 van de Wet op de expertisecentra en artikel 53b van de Wet op het voortgezet onderwijs;
7. een rechtspersoon die met toepassing van artikel 2, eerste lid onderdelen f en g, dan wel derde lid onderdeel b van de Wet privatisering ABP is aangewezen, onderscheidenlijk wordt geacht te zijn aangewezen als lichaam, welks personeel geheel of ten dele overheidswerknemer is in de zin van die wet, indien dat lichaam middellijk of onmiddellijk, geheel of gedeeltelijk wordt gesubsidieerd ten laste van hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting en waarop dit besluit door Onze Minister van toepassing is verklaard;
8. een instelling als bedoeld in artikel 1.2, onder a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
9. de organisatie genoemd in de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek.
1. een school in de zin van de Wet op het primair onderwijs;
2. een school of instelling in de zin van de Wet op de expertisecentra;
3. een bekostigde school in de zin van de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel een op de Experimentenwet onderwijs gebaseerde instelling;
4. vervallen;
5. een instelling als bedoeld in de artikelen 1 en 12 van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten;
6. een centrale dienst als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 69 van de Wet op de expertisecentra en artikel 53b van de Wet op het voortgezet onderwijs;
7. een rechtspersoon die met toepassing van artikel 2, eerste lid onderdelen f en g, dan wel derde lid onderdeel b van de Wet privatisering ABP is aangewezen, onderscheidenlijk wordt geacht te zijn aangewezen als lichaam, welks personeel geheel of ten dele overheidswerknemer is in de zin van die wet, indien dat lichaam middellijk of onmiddellijk, geheel of gedeeltelijk wordt gesubsidieerd ten laste van hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting en waarop dit besluit door Onze Minister van toepassing is verklaard;
8. een instelling als bedoeld in artikel 1.2, onder a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
9. de organisatie genoemd in de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek.
a. «Onze Minister»: Onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen mede namens Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
b. «inkomsten»: 1. alle door Onze Minister nader te bepalen inkomsten uit of in verband met arbeid daartoe mede gerekend pensioenen en uitkeringen ingevolge sociale regelingen, onder welke benamingen dan ook;
2. inkomsten uit of in verband met de uitoefening van een vrij beroep of eigen bedrijf, zijnde winst uit onderneming als bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 1964;
1. alle door Onze Minister nader te bepalen inkomsten uit of in verband met arbeid daartoe mede gerekend pensioenen en uitkeringen ingevolge sociale regelingen, onder welke benamingen dan ook;
2. inkomsten uit of in verband met de uitoefening van een vrij beroep of eigen bedrijf, zijnde winst uit onderneming als bedoeld in de Wet op de inkomstenbelasting 1964;
c. instelling: 1. een school in de zin van de Wet op het primair onderwijs;
2. een school of instelling in de zin van de Wet op de expertisecentra;
3. een bekostigde school in de zin van de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel een op de Experimentenwet onderwijs gebaseerde instelling;
4. vervallen;
5. een instelling als bedoeld in de artikelen 1 en 12 van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten;
6. een centrale dienst als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 69 van de Wet op de expertisecentra en artikel 53b van de Wet op het voortgezet onderwijs;
7. een rechtspersoon die met toepassing van artikel 2, eerste lid onderdelen f en g, dan wel derde lid onderdeel b van de Wet privatisering ABP is aangewezen, onderscheidenlijk wordt geacht te zijn aangewezen als lichaam, welks personeel geheel of ten dele overheidswerknemer is in de zin van die wet, indien dat lichaam middellijk of onmiddellijk, geheel of gedeeltelijk wordt gesubsidieerd ten laste van hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting en waarop dit besluit door Onze Minister van toepassing is verklaard;
8. een instelling als bedoeld in artikel 1.2, onder a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
9. de organisatie genoemd in de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek.
1. een school in de zin van de Wet op het primair onderwijs;
2. een school of instelling in de zin van de Wet op de expertisecentra;
3. een bekostigde school in de zin van de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel een op de Experimentenwet onderwijs gebaseerde instelling;
4. vervallen;
5. een instelling als bedoeld in de artikelen 1 en 12 van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten;
6. een centrale dienst als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 69 van de Wet op de expertisecentra en artikel 53b van de Wet op het voortgezet onderwijs;
7. een rechtspersoon die met toepassing van artikel 2, eerste lid onderdelen f en g, dan wel derde lid onderdeel b van de Wet privatisering ABP is aangewezen, onderscheidenlijk wordt geacht te zijn aangewezen als lichaam, welks personeel geheel of ten dele overheidswerknemer is in de zin van die wet, indien dat lichaam middellijk of onmiddellijk, geheel of gedeeltelijk wordt gesubsidieerd ten laste van hoofdstuk VIII van de Rijksbegroting en waarop dit besluit door Onze Minister van toepassing is verklaard;
8. een instelling als bedoeld in artikel 1.2, onder a, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
9. de organisatie genoemd in de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek.