BWBR0008805
Geldig vanaf 1997-07-11
Artikel 17
Besluit alcoholonderzoeken
1. De opsporingsambtenaar of de arts kan, indien hij vermoedt dat de verdachte onder invloed van een andere in artikel 8, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 27, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 2.12, eerste lid, van de Wet luchtvaart, artikel 4, eerste lid, van de Spoorwegwetof artikel 41, eerste lid, van de Wet lokaal spoorbedoelde stof dan alcoholhoudende drank verkeert, de verdachte vragen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek van de urine.
2. De verdachte van wie naar het oordeel van de arts aannemelijk is dat afname van bloed bij hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is, kan door de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe door Onze Minister van Veiligheid en Justitie overeenkomstig artikel 163, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 28a, negende lid, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 11.6, achtste lid, van de Wet luchtvaart, artikel 89, achtste lid, van de Spoorwegwetof artikel 48, achtste lid, van de Wet lokaal spooraangewezen ambtenaren van de politie worden bevolen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek van de urine.
3. Urine wordt afgestaan onder toezicht van de arts. Hierbij is een van de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvorderingbedoelde opsporingsambtenaren aanwezig.
2. De verdachte van wie naar het oordeel van de arts aannemelijk is dat afname van bloed bij hem om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is, kan door de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of een van de daartoe door Onze Minister van Veiligheid en Justitie overeenkomstig artikel 163, achtste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 28a, negende lid, van de Scheepvaartverkeerswet, artikel 11.6, achtste lid, van de Wet luchtvaart, artikel 89, achtste lid, van de Spoorwegwetof artikel 48, achtste lid, van de Wet lokaal spooraangewezen ambtenaren van de politie worden bevolen zijn medewerking te verlenen aan een onderzoek van de urine.
3. Urine wordt afgestaan onder toezicht van de arts. Hierbij is een van de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvorderingbedoelde opsporingsambtenaren aanwezig.