BWBR0008765
Geldig vanaf 2021-01-01
Artikel 22
Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden
1. Het hoofd van de instelling stelt bij de eerste opname in de instelling, bij de tenuitvoerlegging van een bevel als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0017212/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, aanhef, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden</a>en voor zover dit anderszins noodzakelijk is, de identiteit van de verpleegde vast.
2. Het vaststellen van de identiteit van de verpleegde omvat bij de eerste opname in de instelling het vragen naar zijn naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum, het adres waarop hij in de basisregistratie personen is ingeschreven en het adres van zijn feitelijke verblijfplaats buiten de instelling. Het omvat tevens het nemen van een of meer vingerafdrukken. In de gevallen waarin van de verpleegde eerder overeenkomstig het <a href="/wet/BWBR0001903" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Strafvordering</a>vingerafdrukken zijn genomen en verwerkt, omvat het vaststellen van zijn identiteit bij binnenkomst in de instelling tevens een vergelijking van zijn vingerafdrukken met de van hem verwerkte vingerafdrukken. In de andere gevallen omvat het vaststellen van zijn identiteit een onderzoek van zijn identiteitsbewijs, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006297/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht</a>. <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/29c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 29c, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering</a>is van overeenkomstige toepassing.
3. Het vaststellen van de identiteit van de verpleegde omvat in de andere gevallen dan de eerste opname in de instelling het nemen van een of meer vingerafdrukken en het vergelijken van die vingerafdrukken met de van hem bij binnenkomst genomen vingerafdrukken. Bij de tenuitvoerlegging van een bevel als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0017212/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, aanhef, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden</a>worden van de verpleegde tevens een of meer vingerafdrukken overeenkomstig het <a href="/wet/BWBR0001903" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Strafvordering</a>genomen en verwerkt.
4. Het hoofd van de instelling is bevoegd van de verpleegde een of meer foto’s te nemen. De foto’s kunnen worden gebruikt voor het vervaardigen van een legitimatiebewijs en voor het voorkomen, opsporen, vervolgen en berechten van strafbare feiten. De verpleegde is verplicht het legitimatiebewijs bij zich te dragen en op verzoek van een personeelslid of medewerker te tonen.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor het verwerken van de persoonsgegevens, bedoeld in het tweede tot en met vierde lid.
2. Het vaststellen van de identiteit van de verpleegde omvat bij de eerste opname in de instelling het vragen naar zijn naam, voornamen, geboorteplaats en geboortedatum, het adres waarop hij in de basisregistratie personen is ingeschreven en het adres van zijn feitelijke verblijfplaats buiten de instelling. Het omvat tevens het nemen van een of meer vingerafdrukken. In de gevallen waarin van de verpleegde eerder overeenkomstig het <a href="/wet/BWBR0001903" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Strafvordering</a>vingerafdrukken zijn genomen en verwerkt, omvat het vaststellen van zijn identiteit bij binnenkomst in de instelling tevens een vergelijking van zijn vingerafdrukken met de van hem verwerkte vingerafdrukken. In de andere gevallen omvat het vaststellen van zijn identiteit een onderzoek van zijn identiteitsbewijs, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0006297/artikel/1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht</a>. <a href="/wet/BWBR0001903/artikel/29c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Artikel 29c, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering</a>is van overeenkomstige toepassing.
3. Het vaststellen van de identiteit van de verpleegde omvat in de andere gevallen dan de eerste opname in de instelling het nemen van een of meer vingerafdrukken en het vergelijken van die vingerafdrukken met de van hem bij binnenkomst genomen vingerafdrukken. Bij de tenuitvoerlegging van een bevel als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0017212/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2, eerste lid, aanhef, van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden</a>worden van de verpleegde tevens een of meer vingerafdrukken overeenkomstig het <a href="/wet/BWBR0001903" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Wetboek van Strafvordering</a>genomen en verwerkt.
4. Het hoofd van de instelling is bevoegd van de verpleegde een of meer foto’s te nemen. De foto’s kunnen worden gebruikt voor het vervaardigen van een legitimatiebewijs en voor het voorkomen, opsporen, vervolgen en berechten van strafbare feiten. De verpleegde is verplicht het legitimatiebewijs bij zich te dragen en op verzoek van een personeelslid of medewerker te tonen.
5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor het verwerken van de persoonsgegevens, bedoeld in het tweede tot en met vierde lid.