BWBR0008761
Geldig vanaf 1997-07-11
Artikel 3
Regeling subsidiëring Oorlogsgravenstichting
1. Subsidie wordt slechts verstrekt voor uitgaven die direct samenhangen met de volgende activiteiten:
a. het aanleggen en in stand houden van de in de statuten van de stichting bedoelde graven en erevelden;
b. bezoeken van nabestaanden aan graven en erevelden die zich buiten Nederland bevinden;
c. het verstrekken van informatie aan nabestaanden;
d. het doen van necrologisch onderzoek.
2. Subsidie wordt tevens verstrekt ten behoeve van een door de stichting te vormen bestemmingsreserve met het oog op de op termijn beoogde financiële zelfstandigheid van de stichting. De subsidie ten behoeve van de bestemmingsreserve bedraagt de maximum subsidie verminderd met het bedrag dat is uitgegeven aan de in het eerste lid bedoelde activiteiten. De bestemmingsreserve bedraagt ten hoogste € 1.815.120,86.
3. Uit de bestemmingsreserve kunnen geen bedragen worden onttrokken dan met toestemming van de minister.
a. het aanleggen en in stand houden van de in de statuten van de stichting bedoelde graven en erevelden;
b. bezoeken van nabestaanden aan graven en erevelden die zich buiten Nederland bevinden;
c. het verstrekken van informatie aan nabestaanden;
d. het doen van necrologisch onderzoek.
2. Subsidie wordt tevens verstrekt ten behoeve van een door de stichting te vormen bestemmingsreserve met het oog op de op termijn beoogde financiële zelfstandigheid van de stichting. De subsidie ten behoeve van de bestemmingsreserve bedraagt de maximum subsidie verminderd met het bedrag dat is uitgegeven aan de in het eerste lid bedoelde activiteiten. De bestemmingsreserve bedraagt ten hoogste € 1.815.120,86.
3. Uit de bestemmingsreserve kunnen geen bedragen worden onttrokken dan met toestemming van de minister.