BWBR0008748
Geldig vanaf 1997-06-27
Artikel 3
Vergunningwet Westerschelde
Met betrekking tot de werken, bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder b, van het in artikel 1, eerste lid, bedoelde Verdrag – zoals die nader zijn aangeduid in bijlage 1 bij deze wet – is Onze Minister van Verkeer en Waterstaat gemachtigd om reeds aan te vangen met de uitvoering zolang over de daarvoor krachtens wettelijk voorschrift vereiste vergunningen nog niet is beslist doch daarop redelijkerwijs niet kan worden gewacht vanwege de gevolgen van de werken als bedoeld in artikel 2, tweede lid, onder d, van het Verdrag. Van het voornemen tot het gebruik van de in de vorige volzin bedoelde machtiging doet Onze Minister voornoemd onverwijld mededeling aan het gezag dat anders dan hijzelf de vergunning heeft verleend. De bevoegdheid tot het gebruik van die machtiging vervalt met ingang van 1 juli 2002.