BWBR0008716
Geldig vanaf 1997-09-01
Artikel 2
Instelling commissies milieuhygiëne luchtvaartterreinen; Luchtvaartterrein Terlet
1. In de Commissie hebben zitting:
a. één vertegenwoordiger van de provincie Gelderland;
b. twee vertegenwoordigers van de gemeente Arnhem, waarvan tenminste één als vertegenwoordiger van in voornoemde gemeente woonachtige omwonende van het luchtvaartterrein Terlet kan worden beschouwd;
c. ten hoogste twee vertegenwoordigers van de exploitant van het luchtvaartterrein Terlet;
d. ten hoogste twee vertegenwoordigers van de gebruikers van luchtvaartuigen, welke geregeld op het luchtvaartterrein Terlet landen en daarvan opstijgen;
e. ten hoogste twee door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan te wijzen vertegenwoordigers;
f. één vertegenwoordiger van rechtspersoonlijkheid bezittende milieuorganisaties;
g. één vertegenwoordiger van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
2. De entiteiten als bedoeld in het eerste lid onder a tot en met g, kiezen elk hun vertegenwoordiger(s) en plaatsvervanger(s) en stellen de Minister van Verkeer en Waterstaat hiervan schriftelijk op de hoogte.
3. De Commissie wijst uit haar midden een voorzitter aan.
a. één vertegenwoordiger van de provincie Gelderland;
b. twee vertegenwoordigers van de gemeente Arnhem, waarvan tenminste één als vertegenwoordiger van in voornoemde gemeente woonachtige omwonende van het luchtvaartterrein Terlet kan worden beschouwd;
c. ten hoogste twee vertegenwoordigers van de exploitant van het luchtvaartterrein Terlet;
d. ten hoogste twee vertegenwoordigers van de gebruikers van luchtvaartuigen, welke geregeld op het luchtvaartterrein Terlet landen en daarvan opstijgen;
e. ten hoogste twee door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan te wijzen vertegenwoordigers;
f. één vertegenwoordiger van rechtspersoonlijkheid bezittende milieuorganisaties;
g. één vertegenwoordiger van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat.
2. De entiteiten als bedoeld in het eerste lid onder a tot en met g, kiezen elk hun vertegenwoordiger(s) en plaatsvervanger(s) en stellen de Minister van Verkeer en Waterstaat hiervan schriftelijk op de hoogte.
3. De Commissie wijst uit haar midden een voorzitter aan.