BWBR0008704
Geldig vanaf 1997-09-01
Artikel II
Wijzigingswet Wet op de jeugdhulpverlening (medezeggenschap)
1. Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de tweede kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsbladwaarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat:
a. de uitvoerders en de voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen uiterlijk drie maanden na het tijdstip van inwerkingtreding een regeling als bedoeld in artikel 45a, tweede lid, vaststellen;
b. de uitvoerders en de voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen uiterlijk drie maanden nadat de onder a bedoelde regeling is vastgesteld, de voorzieningen treffen, die op grond van die regeling noodzakelijk zijn voor de benoeming van de leden van de cliëntenraad;
c. de artikelen 45c en 45d buiten toepassing blijven ten aanzien van besluiten, genomen voor de datum van benoeming van de leden van de cliëntenraad;
d. de statuten van de voorziening of de voogdij- of gezinsvoogdij-instelling uiterlijk zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding in overeenstemming zijn met artikel 45g.
2. Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet treden tevens de artikelen 429atot en met 429r van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingin werking voor gedingen op grond van artikel 45 j, tweede lid.
a. de uitvoerders en de voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen uiterlijk drie maanden na het tijdstip van inwerkingtreding een regeling als bedoeld in artikel 45a, tweede lid, vaststellen;
b. de uitvoerders en de voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen uiterlijk drie maanden nadat de onder a bedoelde regeling is vastgesteld, de voorzieningen treffen, die op grond van die regeling noodzakelijk zijn voor de benoeming van de leden van de cliëntenraad;
c. de artikelen 45c en 45d buiten toepassing blijven ten aanzien van besluiten, genomen voor de datum van benoeming van de leden van de cliëntenraad;
d. de statuten van de voorziening of de voogdij- of gezinsvoogdij-instelling uiterlijk zes maanden na het tijdstip van inwerkingtreding in overeenstemming zijn met artikel 45g.
2. Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet treden tevens de artikelen 429atot en met 429r van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvorderingin werking voor gedingen op grond van artikel 45 j, tweede lid.