BWBR0008696
Geldig vanaf 1997-06-15
Artikel 4
Wijziging machtigingsregeling Directie Visserij
1. De heer P. Roos, hoofd van de Afdeling Regelingen Zeevisserij van de directie Visserij, is mandaat verleend om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te beslissen en stukken te ondertekenen betreffende:
a. de beslissingen, bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, van het Registra-tiebesluit vissersvaartuigen 1964;
b. de beslissingen, bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, 5, eerste, tweede, derde en zevende lid, 5a, eerste lid, 6, tweede lid, van de Regeling visserijlicentie;
c. de beslissingen, bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, 12, eerste lid, 13, tiende lid, 14, eerste, derde en zevende lid, 15, eerste, derde en vierde lid, 18, eerste lid, 19, eerste lid, 20, eerste lid, 21, tweede en derde lid en 25, tweede lid, van de Regeling contingentering zeevis;
d. de beslissingen, bedoeld in de artikelen 11 en 12 van de Beschikking visserij visserijzone, zeegebied en kustwateren, voorzover betrekking hebbend op de garnalenvisserij (artikel 7), voorzover geen betrekking hebbend op vrijstelling;
e. de beslissingen, bedoeld in de artikelen 3, derde lid, 6, eerste, derde en vierde lid, 7, eerste en derde lid, 8, eerste en tweede lid, van de Zeedagenregeling 1997.
2. De ondertekening, bedoeld in het eerste lid, luidt:
’De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
voor deze:
Het Hoofd Afdeling Regelingen Zeevisserij’.
a. de beslissingen, bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, van het Registra-tiebesluit vissersvaartuigen 1964;
b. de beslissingen, bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, 5, eerste, tweede, derde en zevende lid, 5a, eerste lid, 6, tweede lid, van de Regeling visserijlicentie;
c. de beslissingen, bedoeld in de artikelen 11, eerste lid, 12, eerste lid, 13, tiende lid, 14, eerste, derde en zevende lid, 15, eerste, derde en vierde lid, 18, eerste lid, 19, eerste lid, 20, eerste lid, 21, tweede en derde lid en 25, tweede lid, van de Regeling contingentering zeevis;
d. de beslissingen, bedoeld in de artikelen 11 en 12 van de Beschikking visserij visserijzone, zeegebied en kustwateren, voorzover betrekking hebbend op de garnalenvisserij (artikel 7), voorzover geen betrekking hebbend op vrijstelling;
e. de beslissingen, bedoeld in de artikelen 3, derde lid, 6, eerste, derde en vierde lid, 7, eerste en derde lid, 8, eerste en tweede lid, van de Zeedagenregeling 1997.
2. De ondertekening, bedoeld in het eerste lid, luidt:
’De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij,
voor deze:
Het Hoofd Afdeling Regelingen Zeevisserij’.