BWBR0008688
Geldig vanaf 2022-02-24
Artikel 30
Tuchtrechtbesluit BIG
1. Van een bevel als bedoeld in artikel 29, eerste lid, wordt een afschrift gezonden aan de indiener van het verzoek tot herziening, aan Onze Minister, aan de inspecteur wie de aangelegenheid uit hoofde van de aan hem toevertrouwde belangen aangaat, en, indien de indiener van het verzoek tot herziening een militair is, aan Onze Minister van Defensie.
2. Indien bij de eindbeslissing waarvan herziening is verzocht, een van de in artikel 48, eerste lid, onder d, e en f, en derde lid, van de wetomschreven maatregelen was opgelegd, maakt Onze Minister, na ontvangst van het afschrift, bedoeld in het eerste lid, aantekening van de opschorting van de desbetreffende eindbeslissing in het register. Zolang het bevel tot opschorting van kracht is, wordt de betrokkene voor de toepassing van wettelijke bepalingen, betrekking hebbende op degenen die in het desbetreffende register ingeschreven staan, gelijkgesteld met een ingeschrevene, behalve indien bij de desbetreffende eindbeslissing ten aanzien van hem de maatregel, bedoeld in artikel 48, derde lid, van de wet was opgelegd.
3. Van de aantekening van de opschorting in het register en de gelijkstelling, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, wordt aan de indiener van het verzoek om herziening schriftelijk mededeling gedaan.
2. Indien bij de eindbeslissing waarvan herziening is verzocht, een van de in artikel 48, eerste lid, onder d, e en f, en derde lid, van de wetomschreven maatregelen was opgelegd, maakt Onze Minister, na ontvangst van het afschrift, bedoeld in het eerste lid, aantekening van de opschorting van de desbetreffende eindbeslissing in het register. Zolang het bevel tot opschorting van kracht is, wordt de betrokkene voor de toepassing van wettelijke bepalingen, betrekking hebbende op degenen die in het desbetreffende register ingeschreven staan, gelijkgesteld met een ingeschrevene, behalve indien bij de desbetreffende eindbeslissing ten aanzien van hem de maatregel, bedoeld in artikel 48, derde lid, van de wet was opgelegd.
3. Van de aantekening van de opschorting in het register en de gelijkstelling, bedoeld in het tweede lid, tweede volzin, wordt aan de indiener van het verzoek om herziening schriftelijk mededeling gedaan.