BWBR0008668
Geldig vanaf 1997-05-25
Artikel 6
Uitvoeringsregeling sanering verkeerslawaai
1. Indien de kostenraming van het project tussen de € 363.025,- en de € 5.000.000,- bedraagt, volgt een subsidieontvanger de gemeentelijke aanbestedingsprocedure. Indien de subsidieontvanger niet beschikt over een gemeentelijke aanbestedingsprocedure, wordt het project opgedragen overeenkomstig het Uniform Aanbestedingsreglement 2001.
2. Indien de kostenraming van het project het bedrag van €363025 niet overschrijdt, volgt een subsidieontvanger de gemeentelijk aanbestedingsprocedure. Indien de subsidieontvanger niet beschikt over een gemeentelijke aanbestedingsprocedure, wordt het project in concurrentie aanbesteed.
3. Een subsidieontvanger draagt tevens zorg voor:
a. een zodanige administratieve organisatie, dat het beheer van de ontvangen subsidies en de rechtmatigheid en doelmatigheid van de hieruit gedane uitgaven kunnen worden gecontroleerd;
b. het voeren van een zodanige administratie, dat daaraan te allen tijde op eenvoudige wijze de kosten en de financieringswijze van de maatregelen en activiteiten, waarvoor een subsidie is verstrekt, kunnen worden gecontroleerd;
c. een functiescheiding van de instanties die worden betrokken bij de voorbereiding en controle van de projecten enerzijds en de uitvoering anderzijds;
d. het bewaren van de administratie en de daartoe behorende bescheiden gedurende tien jaar na gereedmelding, en
e. een open calculatie voor het werk van de uitvoerende aannemer, zodanig dat een vergelijking met de uitsplitsing volgens formulier GBa indien er sprake is van autonome sanering, of volgens formulier GBb indien er sprake is van gekoppelde sanering, mogelijk is.
4. Een subsidieontvanger draagt eveneens zorg voor het op verzoek in afschrift toezenden van de volledige administratie aan de minister, indien deze een onderzoek als bedoeld in artikel 10j van het Subsidiebesluit instelt.
5. Indien de administratie, bedoeld in het vierde lid, binnen vier weken na het eerste verzoek daartoe, niet dan wel niet volledig is toegezonden, kan de minister het gemeentebestuur of het bestuur op een daartoe strekkend verzoek schriftelijk uitstel verlenen voor een termijn van ten hoogste vier weken, binnen welke de betreffende stukken alsnog dienen te worden toegezonden.
6. Indien het gemeentebestuur of het bestuur niet binnen de in het vijfde lid bedoelde termijn van uitstel aan zijn verplichtingen voldoet, kan de minister voor iedere week die het gemeentebestuur of het bestuur in gebreke blijft, een gedeelte van de verleende subsidie voor de voorbereiding en begeleiding van de geluidwerende maatregelen en het toezicht daarop als bedoeld in artikel 10e van het Subsidiebesluit terugvorderen. De terugvordering bedraagt per week ten hoogste 2,5% van deze subsidie.
7. Indien het gemeentebestuur of het bestuur de in het vijfde lid bedoelde termijn van uitstel met twaalf weken overschrijdt, kan de minister ten minste 50% en ten hoogste 100% terugvorderen van de in het zesde lid bedoelde subsidie.
2. Indien de kostenraming van het project het bedrag van €363025 niet overschrijdt, volgt een subsidieontvanger de gemeentelijk aanbestedingsprocedure. Indien de subsidieontvanger niet beschikt over een gemeentelijke aanbestedingsprocedure, wordt het project in concurrentie aanbesteed.
3. Een subsidieontvanger draagt tevens zorg voor:
a. een zodanige administratieve organisatie, dat het beheer van de ontvangen subsidies en de rechtmatigheid en doelmatigheid van de hieruit gedane uitgaven kunnen worden gecontroleerd;
b. het voeren van een zodanige administratie, dat daaraan te allen tijde op eenvoudige wijze de kosten en de financieringswijze van de maatregelen en activiteiten, waarvoor een subsidie is verstrekt, kunnen worden gecontroleerd;
c. een functiescheiding van de instanties die worden betrokken bij de voorbereiding en controle van de projecten enerzijds en de uitvoering anderzijds;
d. het bewaren van de administratie en de daartoe behorende bescheiden gedurende tien jaar na gereedmelding, en
e. een open calculatie voor het werk van de uitvoerende aannemer, zodanig dat een vergelijking met de uitsplitsing volgens formulier GBa indien er sprake is van autonome sanering, of volgens formulier GBb indien er sprake is van gekoppelde sanering, mogelijk is.
4. Een subsidieontvanger draagt eveneens zorg voor het op verzoek in afschrift toezenden van de volledige administratie aan de minister, indien deze een onderzoek als bedoeld in artikel 10j van het Subsidiebesluit instelt.
5. Indien de administratie, bedoeld in het vierde lid, binnen vier weken na het eerste verzoek daartoe, niet dan wel niet volledig is toegezonden, kan de minister het gemeentebestuur of het bestuur op een daartoe strekkend verzoek schriftelijk uitstel verlenen voor een termijn van ten hoogste vier weken, binnen welke de betreffende stukken alsnog dienen te worden toegezonden.
6. Indien het gemeentebestuur of het bestuur niet binnen de in het vijfde lid bedoelde termijn van uitstel aan zijn verplichtingen voldoet, kan de minister voor iedere week die het gemeentebestuur of het bestuur in gebreke blijft, een gedeelte van de verleende subsidie voor de voorbereiding en begeleiding van de geluidwerende maatregelen en het toezicht daarop als bedoeld in artikel 10e van het Subsidiebesluit terugvorderen. De terugvordering bedraagt per week ten hoogste 2,5% van deze subsidie.
7. Indien het gemeentebestuur of het bestuur de in het vijfde lid bedoelde termijn van uitstel met twaalf weken overschrijdt, kan de minister ten minste 50% en ten hoogste 100% terugvorderen van de in het zesde lid bedoelde subsidie.