BWBR0008659
Geldig vanaf 1998-07-01
Artikel 19
Wet op de huurtoeslag
1. Voor elk rekeninkomen onder of gelijk aan het minimum-inkomensijkpunt, bedoeld in artikel 17, geldt de normhuur, bedoeld in artikel 17, tweede en derde lid.
2. Voor elk rekeninkomen boven het minimum-inkomensijkpunt is, per type huishouden als bedoeld in artikel 2, de hoogte van de normhuur de uitkomst van de formule:
(a x Y 2) + (b x Y)
in welke formule voorstelt:
a en b: de factoren, vast te stellen bij ministeriële regeling, die, per type huishouden, worden afgeleid uit de lineaire relatie tussen de bij het minimum-inkomensijkpunt behorende normhuurquote en de bij het referentie-inkomensijkpunt behorende normhuurquote;
Y: het rekeninkomen.
3. De overeenkomstig het tweede lid berekende normhuur wordt naar boven afgerond op hele eurocenten.
4. Bij ministeriële regeling worden met ingang van 1 januari van elk jaar de factoren, bedoeld in het tweede lid, gewijzigd.
2. Voor elk rekeninkomen boven het minimum-inkomensijkpunt is, per type huishouden als bedoeld in artikel 2, de hoogte van de normhuur de uitkomst van de formule:
(a x Y 2) + (b x Y)
in welke formule voorstelt:
a en b: de factoren, vast te stellen bij ministeriële regeling, die, per type huishouden, worden afgeleid uit de lineaire relatie tussen de bij het minimum-inkomensijkpunt behorende normhuurquote en de bij het referentie-inkomensijkpunt behorende normhuurquote;
Y: het rekeninkomen.
3. De overeenkomstig het tweede lid berekende normhuur wordt naar boven afgerond op hele eurocenten.
4. Bij ministeriële regeling worden met ingang van 1 januari van elk jaar de factoren, bedoeld in het tweede lid, gewijzigd.