BWBR0008650
Geldig vanaf 1997-05-01
Artikel 10
Besluit geweldgebruik bij uitoefening buitengewone bevoegdheden
1. Het gebruik van een vuurwapen is slechts toegestaan, indien de militair bij de rechtmatige uitoefening van de buitengewone bevoegdheden uit hoofdstuk IIvan de wet wordt geconfronteerd met een persoon ten aanzien van wie redelijkerwijs mag worden aangenomen:
a. dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken, dan wel dat hij ander levensbedreigend geweld tegen personen zal gebruiken;
b. dat hij een ernstige en onmiddellijke bedreiging vormt voor zaken die van essentieel belang zijn voor de handhaving van de inwendige of uitwendige veiligheid.
2. Bij gebruikmaking van een vuurwapen wordt het volgende in acht genomen:
a. zwaar lichamelijk letsel of erger wordt zo veel mogelijk voorkomen;
b. zo mogelijk wordt op de benen geschoten;
c. risico's voor derden worden zo veel mogelijk vermeden.
a. dat hij een voor onmiddellijk gebruik gereed zijnd vuurwapen bij zich heeft en dit tegen personen zal gebruiken, dan wel dat hij ander levensbedreigend geweld tegen personen zal gebruiken;
b. dat hij een ernstige en onmiddellijke bedreiging vormt voor zaken die van essentieel belang zijn voor de handhaving van de inwendige of uitwendige veiligheid.
2. Bij gebruikmaking van een vuurwapen wordt het volgende in acht genomen:
a. zwaar lichamelijk letsel of erger wordt zo veel mogelijk voorkomen;
b. zo mogelijk wordt op de benen geschoten;
c. risico's voor derden worden zo veel mogelijk vermeden.