BWBR0008643
Geldig vanaf 1999-12-03
Artikel 3
Warenwetbesluit Nieuwe voedingsmiddelen
1. Een verzoek als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EG) 258/97, wordt ingediend bij Onze Minister.
2. De aanvrager, bedoeld in artikel 4, eerste lid, en artikel 5, eerste lid, van verordening (EG) 258/97, is aan Onze Minister een retributie verschuldigd voor het opstellen van:
a. het advies, bedoeld in artikel 3, vierde lid, van verordening (EG) 258/97;
b. het verslag, bedoeld in artikel 6, derde lid, van verordening (EG) 258/97.
3. De tarieven van de retributies, bedoeld in het tweede lid, worden vastgesteld bij regeling van Onze Minister.
4. De bevoegde instantie, bedoeld in hoofdstuk II van verordening (EG) 1829/2003, is Onze Minister.
2. De aanvrager, bedoeld in artikel 4, eerste lid, en artikel 5, eerste lid, van verordening (EG) 258/97, is aan Onze Minister een retributie verschuldigd voor het opstellen van:
a. het advies, bedoeld in artikel 3, vierde lid, van verordening (EG) 258/97;
b. het verslag, bedoeld in artikel 6, derde lid, van verordening (EG) 258/97.
3. De tarieven van de retributies, bedoeld in het tweede lid, worden vastgesteld bij regeling van Onze Minister.
4. De bevoegde instantie, bedoeld in hoofdstuk II van verordening (EG) 1829/2003, is Onze Minister.