BWBR0008628
Geldig vanaf 1997-04-07
Artikel 8
Algemeen Organisatiebesluit Buitenlandse Zaken 1996
a. Het Directoraat-Generaal Regiobeleid staat onder leiding van de Directeur-Generaal Regiobeleid/Plaatsvervangend Directeur-Generaal Regiobeleid, die belast is met de volgende taken: 1. Het met inachtneming van de aanwijzingen en richtlijnen van de bewindspersonen en de Secretaris-Generaal geven van leiding aan het Directoraat-Generaal Regiobeleid.
2. Het adviseren van de bewindspersonen over de samenhang en consistentie van regio- en landenbeleid.
3. Het bevorderen van de interdepartementale verankering van het buitenlands beleid, dat wil zeggen in samenspel met de andere departementen bevorderen van de totstandkoming van een goed gecoördineerd buitenlands beleid.
1. Het met inachtneming van de aanwijzingen en richtlijnen van de bewindspersonen en de Secretaris-Generaal geven van leiding aan het Directoraat-Generaal Regiobeleid.
2. Het adviseren van de bewindspersonen over de samenhang en consistentie van regio- en landenbeleid.
3. Het bevorderen van de interdepartementale verankering van het buitenlands beleid, dat wil zeggen in samenspel met de andere departementen bevorderen van de totstandkoming van een goed gecoördineerd buitenlands beleid.
b. De onder de (Plv.) Directeur-Generaal ressorterende dienstonderdelen staan onder leiding van de hierna genoemde functionarissen die belast zijn met de volgende taken: 1. Directie Europa (DEU) De Directeur Europa is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Europa; tevens is hij belast met de uitvoering van het MATRA-programma.
2. Directie Noord-Afrika en Midden-Oosten (DAM) De Directeur Noord-Afrika en Midden-Oosten is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
3. Directie Sub Sahara Afrika (DAF) De Directeur Sub Sahara Afrika is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Sub Sahara Afrika.
4. Directie Azië en Oceanië (DAO) De Directeur Azië en Oceanië is belast het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Azië en Oceanië.
5. Directie Westelijk Halfrond (DWH) De Directeur Westelijk Halfrond is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s op het westelijk halfrond; tevens is hij belast met de behandeling ten behoeve van het ministerie van aangelegenheden die de Koninkrijksverhoudingen raken.
1. Directie Europa (DEU) De Directeur Europa is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Europa; tevens is hij belast met de uitvoering van het MATRA-programma.
2. Directie Noord-Afrika en Midden-Oosten (DAM) De Directeur Noord-Afrika en Midden-Oosten is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
3. Directie Sub Sahara Afrika (DAF) De Directeur Sub Sahara Afrika is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Sub Sahara Afrika.
4. Directie Azië en Oceanië (DAO) De Directeur Azië en Oceanië is belast het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Azië en Oceanië.
5. Directie Westelijk Halfrond (DWH) De Directeur Westelijk Halfrond is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s op het westelijk halfrond; tevens is hij belast met de behandeling ten behoeve van het ministerie van aangelegenheden die de Koninkrijksverhoudingen raken.
2. Het adviseren van de bewindspersonen over de samenhang en consistentie van regio- en landenbeleid.
3. Het bevorderen van de interdepartementale verankering van het buitenlands beleid, dat wil zeggen in samenspel met de andere departementen bevorderen van de totstandkoming van een goed gecoördineerd buitenlands beleid.
1. Het met inachtneming van de aanwijzingen en richtlijnen van de bewindspersonen en de Secretaris-Generaal geven van leiding aan het Directoraat-Generaal Regiobeleid.
2. Het adviseren van de bewindspersonen over de samenhang en consistentie van regio- en landenbeleid.
3. Het bevorderen van de interdepartementale verankering van het buitenlands beleid, dat wil zeggen in samenspel met de andere departementen bevorderen van de totstandkoming van een goed gecoördineerd buitenlands beleid.
b. De onder de (Plv.) Directeur-Generaal ressorterende dienstonderdelen staan onder leiding van de hierna genoemde functionarissen die belast zijn met de volgende taken: 1. Directie Europa (DEU) De Directeur Europa is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Europa; tevens is hij belast met de uitvoering van het MATRA-programma.
2. Directie Noord-Afrika en Midden-Oosten (DAM) De Directeur Noord-Afrika en Midden-Oosten is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
3. Directie Sub Sahara Afrika (DAF) De Directeur Sub Sahara Afrika is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Sub Sahara Afrika.
4. Directie Azië en Oceanië (DAO) De Directeur Azië en Oceanië is belast het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Azië en Oceanië.
5. Directie Westelijk Halfrond (DWH) De Directeur Westelijk Halfrond is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s op het westelijk halfrond; tevens is hij belast met de behandeling ten behoeve van het ministerie van aangelegenheden die de Koninkrijksverhoudingen raken.
1. Directie Europa (DEU) De Directeur Europa is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Europa; tevens is hij belast met de uitvoering van het MATRA-programma.
2. Directie Noord-Afrika en Midden-Oosten (DAM) De Directeur Noord-Afrika en Midden-Oosten is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.
3. Directie Sub Sahara Afrika (DAF) De Directeur Sub Sahara Afrika is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Sub Sahara Afrika.
4. Directie Azië en Oceanië (DAO) De Directeur Azië en Oceanië is belast het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s in Azië en Oceanië.
5. Directie Westelijk Halfrond (DWH) De Directeur Westelijk Halfrond is belast met het ontwikkelen en uitvoeren van een samenhangend en effectief beleid ten aanzien van de landen en regio’s op het westelijk halfrond; tevens is hij belast met de behandeling ten behoeve van het ministerie van aangelegenheden die de Koninkrijksverhoudingen raken.