BWBR0008609
Geldig vanaf 1997-04-16
Artikel 2
Instellingsregeling tijdelijke commissie committee on multi media in teacher training 2 (Committ 2)
De taak van de commissie is:
1. Experimentele lerarenopleidingen: a. tender-procedure uitzetten voor de totstandkoming van experimentele lerarenopleidingen voor het basis- en voortgezet onderwijs: eisen aan de experimentele lerarenopleidingen formuleren, tijdpad uitzetten, offertes beoordelen en de minister daarover adviseren.
b. begeleiden van de uitvoering van de experimentele lerarenopleidingen.
c. een zodanige procedure voor de totstandkoming van de experimentele lerarenopleidingen volgen, dat deze vanaf 1998 operationeel zijn.
a. tender-procedure uitzetten voor de totstandkoming van experimentele lerarenopleidingen voor het basis- en voortgezet onderwijs: eisen aan de experimentele lerarenopleidingen formuleren, tijdpad uitzetten, offertes beoordelen en de minister daarover adviseren.
b. begeleiden van de uitvoering van de experimentele lerarenopleidingen.
c. een zodanige procedure voor de totstandkoming van de experimentele lerarenopleidingen volgen, dat deze vanaf 1998 operationeel zijn.
2. Emergent practice projecten: a. hogescholen aanzetten tot het opzetten en uitvoeren van emergent practice projecten gedurende de jaren 1997, 1998 en 1999. Voor zover financiering daarvan met de zogenaamde Pabo-up-middelen en met middelen uit het studeerbaarheidsfonds geschiedt voorkomen dat projecten elkaar overlappen en er op toezien dat de projecten volledig dekkend zijn ten aanzien van het gehele curriculum van de lerarenopleidingen. Voor zover financiering daarvan uit andere middelen geschiedt daarvoor een tender-procedure uitzetten.
b. hogescholen adviseren over en begeleiden bij de uitvoering van de emergent practice projecten.
c. de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen, hierna te noemen de minister, over de uitvoering van de emergent practice projecten informeren en daarover aan hem rapporteren.
a. hogescholen aanzetten tot het opzetten en uitvoeren van emergent practice projecten gedurende de jaren 1997, 1998 en 1999. Voor zover financiering daarvan met de zogenaamde Pabo-up-middelen en met middelen uit het studeerbaarheidsfonds geschiedt voorkomen dat projecten elkaar overlappen en er op toezien dat de projecten volledig dekkend zijn ten aanzien van het gehele curriculum van de lerarenopleidingen. Voor zover financiering daarvan uit andere middelen geschiedt daarvoor een tender-procedure uitzetten.
b. hogescholen adviseren over en begeleiden bij de uitvoering van de emergent practice projecten.
c. de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen, hierna te noemen de minister, over de uitvoering van de emergent practice projecten informeren en daarover aan hem rapporteren.
3. Technische specificaties: technische standaarden voor netwerkvoorzieningen, hard- en software ten behoeve van de lerarenopleidingen onderling en ten behoeve van de aansluiting tussen lerarenopleidingen en scholen ontwerpen en hierover aan de minister rapporteren.
4. Regionale centra voor onderwijstechnologie: a. de inrichting van regionale centra voor onderwijstechnologie voor de lerarenopleidingen voor het basis- en voortgezet onderwijs begeleiden en daarover aan de minister rapporteren.
b. een zodanige procedure voor de totstandkoming van de regionale centra voor onderwijstechnologie volgen dat deze vanaf de tweede helft van 1997 in toenemend aantal operationeel worden.
a. de inrichting van regionale centra voor onderwijstechnologie voor de lerarenopleidingen voor het basis- en voortgezet onderwijs begeleiden en daarover aan de minister rapporteren.
b. een zodanige procedure voor de totstandkoming van de regionale centra voor onderwijstechnologie volgen dat deze vanaf de tweede helft van 1997 in toenemend aantal operationeel worden.
5. Monitoring, evaluatie en kennisoverdracht: de uitvoering van de bovenstaande vier onderdelen van het programma met onderzoek begeleiden, evalueren en zorgen voor kennisoverdracht van, naar en tussen alle betrokken partijen. Een meer gedetailleerd overzicht van de taken van de commissie is opgenomen in bijlage 1, die onlosmakelijk met deze instellingsbeschikking verbonden is (hierna te noemen de bijlage).
de uitvoering van de bovenstaande vier onderdelen van het programma met onderzoek begeleiden, evalueren en zorgen voor kennisoverdracht van, naar en tussen alle betrokken partijen.
1. Experimentele lerarenopleidingen: a. tender-procedure uitzetten voor de totstandkoming van experimentele lerarenopleidingen voor het basis- en voortgezet onderwijs: eisen aan de experimentele lerarenopleidingen formuleren, tijdpad uitzetten, offertes beoordelen en de minister daarover adviseren.
b. begeleiden van de uitvoering van de experimentele lerarenopleidingen.
c. een zodanige procedure voor de totstandkoming van de experimentele lerarenopleidingen volgen, dat deze vanaf 1998 operationeel zijn.
a. tender-procedure uitzetten voor de totstandkoming van experimentele lerarenopleidingen voor het basis- en voortgezet onderwijs: eisen aan de experimentele lerarenopleidingen formuleren, tijdpad uitzetten, offertes beoordelen en de minister daarover adviseren.
b. begeleiden van de uitvoering van de experimentele lerarenopleidingen.
c. een zodanige procedure voor de totstandkoming van de experimentele lerarenopleidingen volgen, dat deze vanaf 1998 operationeel zijn.
2. Emergent practice projecten: a. hogescholen aanzetten tot het opzetten en uitvoeren van emergent practice projecten gedurende de jaren 1997, 1998 en 1999. Voor zover financiering daarvan met de zogenaamde Pabo-up-middelen en met middelen uit het studeerbaarheidsfonds geschiedt voorkomen dat projecten elkaar overlappen en er op toezien dat de projecten volledig dekkend zijn ten aanzien van het gehele curriculum van de lerarenopleidingen. Voor zover financiering daarvan uit andere middelen geschiedt daarvoor een tender-procedure uitzetten.
b. hogescholen adviseren over en begeleiden bij de uitvoering van de emergent practice projecten.
c. de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen, hierna te noemen de minister, over de uitvoering van de emergent practice projecten informeren en daarover aan hem rapporteren.
a. hogescholen aanzetten tot het opzetten en uitvoeren van emergent practice projecten gedurende de jaren 1997, 1998 en 1999. Voor zover financiering daarvan met de zogenaamde Pabo-up-middelen en met middelen uit het studeerbaarheidsfonds geschiedt voorkomen dat projecten elkaar overlappen en er op toezien dat de projecten volledig dekkend zijn ten aanzien van het gehele curriculum van de lerarenopleidingen. Voor zover financiering daarvan uit andere middelen geschiedt daarvoor een tender-procedure uitzetten.
b. hogescholen adviseren over en begeleiden bij de uitvoering van de emergent practice projecten.
c. de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen, hierna te noemen de minister, over de uitvoering van de emergent practice projecten informeren en daarover aan hem rapporteren.
3. Technische specificaties: technische standaarden voor netwerkvoorzieningen, hard- en software ten behoeve van de lerarenopleidingen onderling en ten behoeve van de aansluiting tussen lerarenopleidingen en scholen ontwerpen en hierover aan de minister rapporteren.
4. Regionale centra voor onderwijstechnologie: a. de inrichting van regionale centra voor onderwijstechnologie voor de lerarenopleidingen voor het basis- en voortgezet onderwijs begeleiden en daarover aan de minister rapporteren.
b. een zodanige procedure voor de totstandkoming van de regionale centra voor onderwijstechnologie volgen dat deze vanaf de tweede helft van 1997 in toenemend aantal operationeel worden.
a. de inrichting van regionale centra voor onderwijstechnologie voor de lerarenopleidingen voor het basis- en voortgezet onderwijs begeleiden en daarover aan de minister rapporteren.
b. een zodanige procedure voor de totstandkoming van de regionale centra voor onderwijstechnologie volgen dat deze vanaf de tweede helft van 1997 in toenemend aantal operationeel worden.
5. Monitoring, evaluatie en kennisoverdracht: de uitvoering van de bovenstaande vier onderdelen van het programma met onderzoek begeleiden, evalueren en zorgen voor kennisoverdracht van, naar en tussen alle betrokken partijen. Een meer gedetailleerd overzicht van de taken van de commissie is opgenomen in bijlage 1, die onlosmakelijk met deze instellingsbeschikking verbonden is (hierna te noemen de bijlage).
de uitvoering van de bovenstaande vier onderdelen van het programma met onderzoek begeleiden, evalueren en zorgen voor kennisoverdracht van, naar en tussen alle betrokken partijen.