1. Burgemeester en wethouders doen voor 20 september 1998 aan de minister opgave van het aantal feitelijk gerealiseerde nieuwe kinderopvangplaatsen, de feitelijke bezetting van die plaatsen door ten laste komende kinderen, alsmede de soort opvangplaatsen. Deze jaaropgave is ingericht overeenkomstig het bij deze regeling behorende model en is voorzien van een verklaring van een deskundige, belast met de in
artikel 213 van de Gemeentewetvoor geschreven controle omtrent de juistheid van gegevens.
2. De verklaring dat aan de voorwaarden van deze regeling is voldaan, is gebaseerd op een controle die is uitgevoerd overeenkomstig algemene uitgangspunten. Deze verklaring is ingericht overeenkomstig het bij deze regeling behorende model, inclusief de bijbehorende aandachtspuntenlijst.
3. Indien de jaarverantwoording van de derde instelling bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b, wordt gecontroleerd door een ander dan de accountant bedoeld in het eerste lid,kan de accountant van de gemeente bij de controle van de opgave, indien dit naar zijn oordeel doelmatig is, gebruik maken van de controle die de registeraccountant of de Accountant-Administratieconsulent uitvoert in het kader van de jaarverantwoording van de derde instelling bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel b.