BWBR0008561
Geldig vanaf 1997-11-28
Artikel IV
Wijzigingswet Wet op de telecommunicatievoorzieningen en het Wetboek van Strafvordering (volledige wederzijdse erkenning van goedkeuringen van randapparatuur en apparatuur voor satellietgrondstations)
Artikel 29 bvan de Wet op de telecommunicatievoorzieningen zoals dit komt te luiden na inwerkingtreding van deze wet, is niet van toepassing ten aanzien van:
a. randapparatuur waarvoor, in overeenstemming met richtlijn nr. 86/361/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 1986 betreffende de eerste fase van de wederzijdse erkenning van goedkeuringen van eindapparatuur voor telecommunicatie (PbEG L 217), voor 6 november 1992 een typegoedkeuring is verleend;
b. randapparatuur waarvoor in de periode tussen 6 november 1992 en het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, op grond van richtlijn nr. 91/263/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1991 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en de onderlinge erkenning van de conformiteit van de apparatuur (PbEG L 128), een goedkeuring is verleend.
a. randapparatuur waarvoor, in overeenstemming met richtlijn nr. 86/361/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 1986 betreffende de eerste fase van de wederzijdse erkenning van goedkeuringen van eindapparatuur voor telecommunicatie (PbEG L 217), voor 6 november 1992 een typegoedkeuring is verleend;
b. randapparatuur waarvoor in de periode tussen 6 november 1992 en het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, op grond van richtlijn nr. 91/263/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 april 1991 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende eindapparatuur voor telecommunicatie en de onderlinge erkenning van de conformiteit van de apparatuur (PbEG L 128), een goedkeuring is verleend.