BWBR0008550
Geldig vanaf 1997-03-08
Artikel 2
Regeling vaststelling literaire genres centraal examen en staatsexamen klassieke taal en letterkunde 1999
1. De literaire genres voor het mondeling gedeelte van het staatsexamen klassieke taal en letterkunde zijn in 1999:
a. Griekse taal en letterkunde: filosofisch proza; kernauteur: Plato;
b. Latijnse taal en letterkunde: epiek; kernauteur: Ovidius (Metamorphosen).
2. Als syllabi met betrekking tot deze beide literaire genres gelden de syllabi die zijn uitgebracht ten behoeve van het centraal examen en het schriftelijk gedeelte van het staatsexamen voor het jaar 1998 (Uitleg OCenW-Regelingen 1996, 10a).
a. Griekse taal en letterkunde: filosofisch proza; kernauteur: Plato;
b. Latijnse taal en letterkunde: epiek; kernauteur: Ovidius (Metamorphosen).
2. Als syllabi met betrekking tot deze beide literaire genres gelden de syllabi die zijn uitgebracht ten behoeve van het centraal examen en het schriftelijk gedeelte van het staatsexamen voor het jaar 1998 (Uitleg OCenW-Regelingen 1996, 10a).