BWBR0008538
Geldig vanaf 1997-02-13
Artikel 3
Regeling uitbetaling vakantie-uitkering
Indien in een periode van twaalf maanden als bedoeld in de artikelen 31, tweede lid, van de Algemene Ouderdomsweten 50, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, het recht op pensioen dan wel uitkering is beëindigd en nadien in dezelfde periode opnieuw een recht op pensioen dan wel uitkering is ontstaan, wordt voor de berekening van de vakantie-uitkering rekening gehouden met hetgeen over die periode reeds aan vakantie-uitkering op grond van pensioen dan wel uitkering is uitbetaald.