BWBR0008536
Geldig vanaf 1997-02-13
Artikel 6
Uitvoeringsregeling openbaarheid van bestuur Binnenlandse Zaken
1. De in artikel 5bedoelde dienstonderdelen en ambtenaren leiden een verzoek om informatie met medeparaaf van de Juridisch Adviseur ter beslissing door naar de gemachtigd ambtenaar indien zij:
a. in geval van een verzoek om informatie van oordeel zijn dat het verzoek op grond van de bij of krachtens de wet gestelde regels niet kan worden ingewilligd en de verzoeker om een schriftelijke beslissing vraagt;
b. weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat de geldende voorschriften ruimte laten voor verschillende uitleg over de vraag of een verzoek om informatie al dan niet behoort te worden ingewilligd;
c. weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat inwilliging of weigering van een verzoek om informatie belangrijke maatschappelijke, bestuurlijke of politieke gevolgen kan hebben.
2. Indien tot een dienstonderdeel veel gelijksoortige verzoeken om informatie worden gericht, kan de gemachtigd ambtenaar de beslissing op verzoeken om informatie, bedoeld in het eerste lid, onder a, mandateren aan het betreffende hoofd van dienst.
a. in geval van een verzoek om informatie van oordeel zijn dat het verzoek op grond van de bij of krachtens de wet gestelde regels niet kan worden ingewilligd en de verzoeker om een schriftelijke beslissing vraagt;
b. weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat de geldende voorschriften ruimte laten voor verschillende uitleg over de vraag of een verzoek om informatie al dan niet behoort te worden ingewilligd;
c. weten of redelijkerwijs kunnen vermoeden dat inwilliging of weigering van een verzoek om informatie belangrijke maatschappelijke, bestuurlijke of politieke gevolgen kan hebben.
2. Indien tot een dienstonderdeel veel gelijksoortige verzoeken om informatie worden gericht, kan de gemachtigd ambtenaar de beslissing op verzoeken om informatie, bedoeld in het eerste lid, onder a, mandateren aan het betreffende hoofd van dienst.