BWBR0008532
Geldig vanaf 2003-12-10
Artikel 10
Regeling BCH-Code
In plaats van onderdeel 3.16.11 van hoofdstuk III van de BCH-Code gelden de volgende voorschriften:
1. De medische uitrusting, bedoeld in artikel 130h van het Schepenbesluit 1965, wordt aangevuld met de navolgende hoeveelheid zuurstof: a. 3 flessen met een inhoud van ten minste 2 liter, gevuld met zuurstof onder een druk van 200 bar als reserve voor de draagbare apparatuur; en
b. 1 fles met een inhoud van ten minste 40 liter, gevuld met zuurstof onder een druk van 200 bar, opgesteld nabij het hospitaal of verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, en zodanig aangesloten dat in het hospitaal, of in het bedoelde verblijf, de beademingsapparatuur zuurstof uit de fles kan betrekken.
a. 3 flessen met een inhoud van ten minste 2 liter, gevuld met zuurstof onder een druk van 200 bar als reserve voor de draagbare apparatuur; en
b. 1 fles met een inhoud van ten minste 40 liter, gevuld met zuurstof onder een druk van 200 bar, opgesteld nabij het hospitaal of verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, en zodanig aangesloten dat in het hospitaal, of in het bedoelde verblijf, de beademingsapparatuur zuurstof uit de fles kan betrekken.
2. In verband met het brandgevaar dat zuurstof onder druk kan opleveren, geschiedt de berging van de reservezuurstof op een wijze die passend is.
3. De bergruimte is ingericht om alle reserve-cilinders te bevatten waarbij de 40 liter-fles verticaal is opgesteld.
4. De inrichting stemt zoveel mogelijk overeen met de hierna als voorbeeld geschetste tekening.
5. De sleutel van de afsluiter van de 40 liter-fles is opgeborgen bij de fles, met dien verstande dat deze sleutel tijdens het gebruik op de afsluiter is aangebracht. De sleutel van de afsluitbare deur is op een opvallende plaats binnen het hospitaal, of binnen het verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, opgeborgen.
6. De hoge-drukleiding is zo kort mogelijk. Indien door de ligging van het hospitaal of van het verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, een korte verbinding niet mogelijk is, wordt met betrekking tot de opstelling van zuurstofflessen Bekendmaking aan de Scheepvaart nr. 35/1965 als richtlijn aangehouden.
7. Bij ingebruikstelling wordt ervoor gezorgd dat de leidingen volkomen schoon en vetvrij zijn.
1. De medische uitrusting, bedoeld in artikel 130h van het Schepenbesluit 1965, wordt aangevuld met de navolgende hoeveelheid zuurstof: a. 3 flessen met een inhoud van ten minste 2 liter, gevuld met zuurstof onder een druk van 200 bar als reserve voor de draagbare apparatuur; en
b. 1 fles met een inhoud van ten minste 40 liter, gevuld met zuurstof onder een druk van 200 bar, opgesteld nabij het hospitaal of verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, en zodanig aangesloten dat in het hospitaal, of in het bedoelde verblijf, de beademingsapparatuur zuurstof uit de fles kan betrekken.
a. 3 flessen met een inhoud van ten minste 2 liter, gevuld met zuurstof onder een druk van 200 bar als reserve voor de draagbare apparatuur; en
b. 1 fles met een inhoud van ten minste 40 liter, gevuld met zuurstof onder een druk van 200 bar, opgesteld nabij het hospitaal of verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, en zodanig aangesloten dat in het hospitaal, of in het bedoelde verblijf, de beademingsapparatuur zuurstof uit de fles kan betrekken.
2. In verband met het brandgevaar dat zuurstof onder druk kan opleveren, geschiedt de berging van de reservezuurstof op een wijze die passend is.
3. De bergruimte is ingericht om alle reserve-cilinders te bevatten waarbij de 40 liter-fles verticaal is opgesteld.
4. De inrichting stemt zoveel mogelijk overeen met de hierna als voorbeeld geschetste tekening.
5. De sleutel van de afsluiter van de 40 liter-fles is opgeborgen bij de fles, met dien verstande dat deze sleutel tijdens het gebruik op de afsluiter is aangebracht. De sleutel van de afsluitbare deur is op een opvallende plaats binnen het hospitaal, of binnen het verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, opgeborgen.
6. De hoge-drukleiding is zo kort mogelijk. Indien door de ligging van het hospitaal of van het verblijf waarin zich de ziekenkooi bevindt, een korte verbinding niet mogelijk is, wordt met betrekking tot de opstelling van zuurstofflessen Bekendmaking aan de Scheepvaart nr. 35/1965 als richtlijn aangehouden.
7. Bij ingebruikstelling wordt ervoor gezorgd dat de leidingen volkomen schoon en vetvrij zijn.