BWBR0008527
Geldig vanaf 1997-02-07
Artikel 4
Vrijstellingsregeling sneeuw- en gladheidsbestrijding
1. Het toepassen van deze vrijstelling wordt, met inachtneming van het tweede lid, uitsluitend bij collectieve regeling bepaald. Elk beding waarop op andere wijze dan in de eerste volzin bepaald, gebruik wordt gemaakt van het tweede lid, is nietig.
2. De werkgever organiseert de arbeid in een vooraf opgesteld arbeidstijdspatroon zodanig, dat de werknemer:
a. ten hoogste 5 maal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren en 14 maal in elke periode van 4 achter-eenvolgende weken consignatie wordt opgelegd;
b. ten minste gedurende 14 maal een tijdruimte van 24 achtereenvolgende uren in elke periode van 4 achtereenvolgende weken geen consignatie, aanwezigheidsdienst of piket wordt opgelegd;
c. in elke periode van 13 achtereenvolgende weken gemiddeld ten hoogste 50 uren per week en in elke periode van 52 achtereenvolgende weken gemiddeld ten hoogste 40 uren per week arbeid verricht.
2. De werkgever organiseert de arbeid in een vooraf opgesteld arbeidstijdspatroon zodanig, dat de werknemer:
a. ten hoogste 5 maal in elke aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren en 14 maal in elke periode van 4 achter-eenvolgende weken consignatie wordt opgelegd;
b. ten minste gedurende 14 maal een tijdruimte van 24 achtereenvolgende uren in elke periode van 4 achtereenvolgende weken geen consignatie, aanwezigheidsdienst of piket wordt opgelegd;
c. in elke periode van 13 achtereenvolgende weken gemiddeld ten hoogste 50 uren per week en in elke periode van 52 achtereenvolgende weken gemiddeld ten hoogste 40 uren per week arbeid verricht.