BWBR0008523
Geldig vanaf 1997-02-01
Artikel 2
Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken ministerie van Binnenlandse Zaken
1. Het hoofd van de Binnenlandse Veiligheidsdienst bezit tekenbevoegdheid ten aanzien van:
a. het instemmen met het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3 van de Wet veiligheidsonderzoeken;
b. het afgeven van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de Wet veiligheidsonderzoeken;
c. het in overeenstemming met de betrokken Minister weigeren van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsonderzoeken;
d. het doen instellen van een hernieuwd veiligheidsonderzoek als bedoeld in de artikelen 9 en 16 van de Wet veiligheidsonderzoeken;
e. het in overeenstemming met de betrokken Minister intrekken van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 10 van de Wet veiligheidsonderzoeken;
f. het doen van mededelingen aan een andere mogendheid of aan een volkenrechtelijke organisatie als bedoeld in artikel 13 van de Wet veiligheidsonderzoeken.
2. Bij verhindering van het hoofd van de Binnenlandse Veiligheidsdienst heeft diens plaatsvervanger tekenbevoegdheid.
a. het instemmen met het aanwijzen van vertrouwensfuncties als bedoeld in artikel 3 van de Wet veiligheidsonderzoeken;
b. het afgeven van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de Wet veiligheidsonderzoeken;
c. het in overeenstemming met de betrokken Minister weigeren van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 8 van de Wet veiligheidsonderzoeken;
d. het doen instellen van een hernieuwd veiligheidsonderzoek als bedoeld in de artikelen 9 en 16 van de Wet veiligheidsonderzoeken;
e. het in overeenstemming met de betrokken Minister intrekken van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 10 van de Wet veiligheidsonderzoeken;
f. het doen van mededelingen aan een andere mogendheid of aan een volkenrechtelijke organisatie als bedoeld in artikel 13 van de Wet veiligheidsonderzoeken.
2. Bij verhindering van het hoofd van de Binnenlandse Veiligheidsdienst heeft diens plaatsvervanger tekenbevoegdheid.