BWBR0008516
Geldig vanaf 1997-02-19
Artikel 2
Besluit bekostiging agrarische innovatie- en praktijkcentra 1997
1. De rijksbijdrage, bedoeld in artikel 2.2.12 van de wet, bestaat uit een bijdrage voor het personeel en een bijdrage voor de overige kosten.
2. De bijdrage voor het personeel, bestaande uit de categorieën docent en ondersteunend en beheerspersoneel, wordt berekend door voor beide categorieën de ratio's te vermenigvuldigen met de in het voorgaande cursusjaar gerealiseerde leerlingcursistweken, voor het ondersteunend personeel met de door Onze Minister vastgestelde formatie, en daarna te vermenigvuldigen met de betrokken gemiddelde personeelslast. Op de uitkomst van deze berekening kan een budgetfactor worden toegepast.
3. De bijdrage voor de overige kosten bestaat uit:
a. een bijdrage voor het schoolgebouw per vierkante meter, zijnde de eigenaarsvergoeding;
b. een vergoeding per leerlingcursistweek, zijnde de gebruikersvergoeding;
c. een vergoeding voor het logeergebouw, en
d. een vergoeding voor de tussen Onze Minister en een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum overeengekomen activiteiten.
2. De bijdrage voor het personeel, bestaande uit de categorieën docent en ondersteunend en beheerspersoneel, wordt berekend door voor beide categorieën de ratio's te vermenigvuldigen met de in het voorgaande cursusjaar gerealiseerde leerlingcursistweken, voor het ondersteunend personeel met de door Onze Minister vastgestelde formatie, en daarna te vermenigvuldigen met de betrokken gemiddelde personeelslast. Op de uitkomst van deze berekening kan een budgetfactor worden toegepast.
3. De bijdrage voor de overige kosten bestaat uit:
a. een bijdrage voor het schoolgebouw per vierkante meter, zijnde de eigenaarsvergoeding;
b. een vergoeding per leerlingcursistweek, zijnde de gebruikersvergoeding;
c. een vergoeding voor het logeergebouw, en
d. een vergoeding voor de tussen Onze Minister en een agrarisch innovatie- en praktijkcentrum overeengekomen activiteiten.