BWBR0008485
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 4
Vrijstellingsregeling mestbe- en verwerking Meststoffenwet
1. De heffingplichtige dient voorafgaand aan het betreffende kalenderjaar bij de Dienst Regelingen het overeenkomstig de daarbij aangegeven wijze volledig en naar waarheid ingevulde, ondertekende en gedagtekende formulier, zoals opgenomen in bijlage 2 bij deze regeling, in waarop hij:
a) een omschrijving geeft van de kenmerken, werking en afmetingen van de op het bedrijf aanwezige installatie,
b) opgave doet van de naar mestvorm, diercategorie en bedrijfssysteem onderscheiden hoeveelheid dierlijke meststoffen in kilogrammen die de installatie ten hoogste in een kalenderjaar kan be- of verwerken, en
c) opgave doet van de naar mestvorm, diercategorie en bedrijfssysteem onderscheiden hoeveelheid dierlijke meststoffen in kilogrammen die de heffingplichtige voornemens is met behulp van de installatie te be- of verwerken.
2. Het formulier wordt ingediend tezamen met een afschrift van de milieuvergunning of gedoogbeschikking, bedoeld in artikel 3, tweede lid. De indiening van een dergelijk afschrift kan achterwege blijven indien zodanige indiening reeds met betrekking tot een eerder kalenderjaar heeft plaatsgevonden en de betreffende milieuvergunning, onderscheidenlijk gedoogbeschikking nog steeds van kracht is.
3. In afwijking van het eerste lid wordt het formulier, betrekking hebbend op het kalenderjaar 1998, vóór 1 februari van dat jaar ingediend.
4. In afwijking van het eerste lid wordt het formulier, betrekking hebbend op het kalenderjaar 1999, vóór 15 maart van dat jaar ingediend.
5. Indien op het bedrijf eerst in het kalenderjaar is aangevangen met be- of verwerking, wordt in afwijking van het eerste lid het formulier vóór 1 oktober van het desbetreffende kalenderjaar ingediend.
6. Van een wijziging in de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, doet de heffingplichtige onverwijld mededeling aan de Dienst Regelingen.
a) een omschrijving geeft van de kenmerken, werking en afmetingen van de op het bedrijf aanwezige installatie,
b) opgave doet van de naar mestvorm, diercategorie en bedrijfssysteem onderscheiden hoeveelheid dierlijke meststoffen in kilogrammen die de installatie ten hoogste in een kalenderjaar kan be- of verwerken, en
c) opgave doet van de naar mestvorm, diercategorie en bedrijfssysteem onderscheiden hoeveelheid dierlijke meststoffen in kilogrammen die de heffingplichtige voornemens is met behulp van de installatie te be- of verwerken.
2. Het formulier wordt ingediend tezamen met een afschrift van de milieuvergunning of gedoogbeschikking, bedoeld in artikel 3, tweede lid. De indiening van een dergelijk afschrift kan achterwege blijven indien zodanige indiening reeds met betrekking tot een eerder kalenderjaar heeft plaatsgevonden en de betreffende milieuvergunning, onderscheidenlijk gedoogbeschikking nog steeds van kracht is.
3. In afwijking van het eerste lid wordt het formulier, betrekking hebbend op het kalenderjaar 1998, vóór 1 februari van dat jaar ingediend.
4. In afwijking van het eerste lid wordt het formulier, betrekking hebbend op het kalenderjaar 1999, vóór 15 maart van dat jaar ingediend.
5. Indien op het bedrijf eerst in het kalenderjaar is aangevangen met be- of verwerking, wordt in afwijking van het eerste lid het formulier vóór 1 oktober van het desbetreffende kalenderjaar ingediend.
6. Van een wijziging in de gegevens bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, b en c, doet de heffingplichtige onverwijld mededeling aan de Dienst Regelingen.