1. De categorie van personen, genoemd in artikel 1, onder a, is gerechtigd tot:
a. voor zover de uitoefening van de dienst zulks vereist: 1°. het vervaardigen, transformeren, herstellen, beproeven, voorhanden hebben, vervoeren, doen binnenkomen en uitgaan van een wapen of munitie van de categorieën II en III;
2°. het dragen van een wapen van de categorieën II en III;
3°. het dragen, vervaardigen, transformeren, herstellen en beproeven van een wapen van categorie IV;
4°. het dragen, vervaardigen, transformeren, herstellen, beproeven, doen binnenkomen of uitgaan, voorhanden hebben en vervoeren van een wapen van categorie I, onder 3°, voor zover het betreft een geluidsdemper en van categorie I, onder 7°, voor zover het betreft voorwerpen die een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of voor ontploffing bestemde voorwerpen;
1°. het vervaardigen, transformeren, herstellen, beproeven, voorhanden hebben, vervoeren, doen binnenkomen en uitgaan van een wapen of munitie van de categorieën II en III;
2°. het dragen van een wapen van de categorieën II en III;
3°. het dragen, vervaardigen, transformeren, herstellen en beproeven van een wapen van categorie IV;
4°. het dragen, vervaardigen, transformeren, herstellen, beproeven, doen binnenkomen of uitgaan, voorhanden hebben en vervoeren van een wapen van categorie I, onder 3°, voor zover het betreft een geluidsdemper en van categorie I, onder 7°, voor zover het betreft voorwerpen die een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of voor ontploffing bestemde voorwerpen;
b. het dragen van een wapen van categorie IV, onder 1° en 2°, dat is voorgeschreven bij een tenue.
2. Ten aanzien van niet-Nederlandse militairen in werkelijke dienst deel uitmakend van een krijgsmacht van een land dat niet is aangesloten bij de Noord-Atlantische verdragsorganisatie of het Partnerschap voor de Vrede geldt het eerste lid slechts indien de desbetreffende krijgsmacht beschikt over een schriftelijke uitnodiging van de Minister van Defensie en is voldaan aan de door de Minister van Defensie bij de uitnodiging gestelde voorwaarden.
3. De categorie van personen, genoemd in artikel 1, onder b, is voor zover de uitoefening van de dienst zulks vereist en zij in het bezit zijn van een door de Minister van Defensie afgegeven vergunning gerechtigd tot:
a. het vervoeren of voorhanden hebben van wapens of munitie van de categorieën I, onder 7°, voor zover het betreft voorwerpen die een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens, II en III;
b. het dragen van wapens van de categorieën I, onder 7°, voor zover het betreft voorwerpen die een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens, II, III en IV.
4. De categorie van personen, genoemd in artikel 1, onder c, is voor zover de uitoefening van de dienst zulks vereist en zij in het bezit zijn van een door de Minister van Defensie afgegeven vergunning gerechtigd tot:
a. het doen binnenkomen en uitgaan, het vervoeren, voorhanden hebben, vervaardigen, transformeren, beproeven en herstellen van de wapens of munitie van de categorieën I, onder 3°, voor zover het betreft een geluidsdemper, I onder 7º, voor zover het betreft voorwerpen die een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of voor ontploffing bestemde voorwerpen, II en III;
b. het vervaardigen, transformeren, herstellen en beproeven van een wapen van de categorie IV.
5. De categorie van personen, genoemd in artikel 1, onder d, is voor zover de uitoefening van de dienst zulks vereist en zij in het bezit zijn van een door de Minister van Defensie afgegeven vergunning in het kader van trainingsdoeleinden gerechtigd tot:
a. het vervoeren of voorhanden hebben van wapens of munitie van de categorieën I, onder 3°, voor zover het betreft een geluidsdemper, I, onder 7°, voor zover het betreft voorwerpen die een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of voor ontploffing bestemde voorwerpen, II en III;
b. het dragen van wapens van de categorieën I, onder 3°, voor zover het betreft een geluidsdemper, I, onder 7°, voor zover het betreft voorwerpen die een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of voor ontploffing bestemde voorwerpen, II, III en IV.
Het gestelde in dit lid geldt voor zover de wapens, munitie en voorwerpen op defensieterrein blijven.
6. De categorie van personen, genoemd in artikel 1, onder e, is uitsluitend gerechtigd tot het vervoeren, voorhanden hebben, doen binnenkomen of uitgaan van wapens of munitie van de categorieën I, onder 3°, voor zover het betreft een geluidsdemper, I, onder 7°, voor zover het betreft voorwerpen die een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of voor ontploffing bestemde voorwerpen, II en III. Het gestelde in dit lid geldt voor zover de opdracht daartoe door de Minister van Defensie blijkt uit door hen mee te voeren documenten.
7. De categorie van personen, genoemd in artikel 1, onder f, is voor zover zij in het bezit zijn van een door de Minister van Defensie afgegeven vergunning in het kader van trainingsdoeleinden gerechtigd tot:
a. het vervoeren of voorhanden hebben van wapens of munitie van de categorieën I, onder 3°, voor zover het betreft een geluidsdemper, I, onder 7°, voor zover het betreft voorwerpen die een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of voor ontploffing bestemde voorwerpen, II en III;
b. het dragen van wapens van de categorieën I, onder 3°, voor zover het betreft een geluidsdemper, I, onder 7°, voor zover het betreft voorwerpen die een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of voor ontploffing bestemde voorwerpen, II, III en IV.
Het gestelde in dit lid geldt voor zover de wapens, munitie en voorwerpen op defensieterrein blijven.
8. De in artikel 1, onderdeel g, genoemde personen zijn voor zover zij in het bezit zijn van een door de Minister van Defensie afgegeven vergunning gerechtigd tot:
a. het voorhanden hebben, transformeren en herstellen van een wapen van de categorieën II en III alsmede het transformeren en herstellen van een wapen van de categorie IV wanneer genoemde personen onderhoudswerkzaamheden verrichten;
b. het voorhanden hebben, dragen, vervoeren, doen binnenkomen en uitgaan van een wapen van de categorie II en III alsmede het dragen van een wapen van de categorie IV wanneer genoemde personen deelnemen aan een evenement waarvan de commandant zeestrijdkrachten, de commandant landstrijdkrachten, de commandant luchtstrijdkrachten of de commandant Koninklijke marechaussee ten aanzien van het onder hen ressorterende personeel heeft bepaald dat hieraan conform de voorwaarden als omschreven in deze regeling kan worden deelgenomen door genoemde personen.
Het in dit lid gestelde geldt voor zover het een bij Defensie opgeslagen wapen betreft welke is geregistreerd in de database historisch defensiematerieel, en indien het gaat om een wapen met een kaliber van 12.7 mm of kleiner, het wapen gebruiksongereed is.
9. Onverminderd het bepaalde in dit artikel is voor zover de uitoefening van de dienst zulks vereist de militair van de Koninklijke marechaussee gerechtigd tot het transformeren, herstellen, beproeven, voorhanden hebben, dragen, vervoeren en doen binnenkomen en uitgaan van een wapen van categorie I indien dit nodig is in het kader van training voor herkenning en opsporing van genoemde wapens.