BWBR0008462
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 5
Regeling diplomatieke en internationale vrijstellingen gemeentelijke belastingen 1997
1. Van de in artikel 1, eerste lid, onderdelen a en c, genoemde belastingen zijn vrijgesteld:
a. leden van een krijgsmacht, een civiele dienst en hun gezinsleden als bedoeld in artikel I, eerste lid, letters a, b, en c van het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag, nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten;
b. leden van het burgerpersoneel in dienst van een Internationaal Militair Hoofdkwartier of een Internationale Militaire Organisatie, leden van een krijgsmacht werkzaam bij een Internationaal Militair Hoofdkwartier of een Internationale Militaire Organisatie, en de gezinsleden van zodanig personeel als bedoeld in artikel 3, eerste lid, letters b en c, van het Protocol nopens de rechtspositie van internationale militaire hoofdkwartieren, ingesteld uit hoofde van het Noord-Atlantisch Verdrag (Parijs, 28 augustus 1952, Trb. 1953, 11).
2. Personen die Nederlander zijn, en personen die in Nederland duurzaam verblijf houden, zijn van de vrijstelling, genoemd in het eerste lid, uitgezonderd.
a. leden van een krijgsmacht, een civiele dienst en hun gezinsleden als bedoeld in artikel I, eerste lid, letters a, b, en c van het Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag, nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten;
b. leden van het burgerpersoneel in dienst van een Internationaal Militair Hoofdkwartier of een Internationale Militaire Organisatie, leden van een krijgsmacht werkzaam bij een Internationaal Militair Hoofdkwartier of een Internationale Militaire Organisatie, en de gezinsleden van zodanig personeel als bedoeld in artikel 3, eerste lid, letters b en c, van het Protocol nopens de rechtspositie van internationale militaire hoofdkwartieren, ingesteld uit hoofde van het Noord-Atlantisch Verdrag (Parijs, 28 augustus 1952, Trb. 1953, 11).
2. Personen die Nederlander zijn, en personen die in Nederland duurzaam verblijf houden, zijn van de vrijstelling, genoemd in het eerste lid, uitgezonderd.