1. De minister verleent op verzoek van het bevoegd gezag van de school, ten behoeve van het kalenderjaar 1997, met het oog op de ontwikkeling van het bestel van het beroepsonderwijs, voor het in artikel 2, aanhef en onderdeel 1 genoemde doel, aan de school een aanvullende vergoeding.
2. De aanvullende vergoeding, bedoeld in het eerste lid, komt overeen met de hoogte van het bedrag waar de school aanspraak op had op grond van de Regeling nieuwe taken docenten en consulenten 1996, verhoogd met een percentage van 8,9 van dit bedrag.
3. Indien het een instelling voor basiseducatie, bedoeld in artikel 12.3.2, eerste lid, van de wet betreft, wordt de aanvullende vergoeding verhoogd met een bedrag van fl. 24,- vermenigvuldigd met het in de bijlage behorend bij deze regeling voor de instelling vermelde getal dat is gebaseerd op gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek over aantallen deelnemers basiseducatie in 1995.
4. De aanvraag gaat vergezeld van een door het bevoegd gezag van de school en het bevoegd gezag van de instelling ondertekende verklaring, waaruit blijkt dat de school uiterlijk 31 december 1997 deel zal uitmaken van een instelling.
5. De aanvraag wordt ingediend bij de minister vòòr 15 februari 1997.