BWBR0008448
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 8
Erkenningsregeling geschillencommissies consumentenklachten 1997
1. De Minister kan een erkenning intrekken:
a. Indien bij de aanvraag om erkenning zodanig onjuiste of onvolledige informatie is verstrekt dat de Minister bij de beslissing op een aanvraag om erkenning een andere beslissing zou hebben genomen indien hem de juiste informatie was verstrekt;
b. indien naar zijn oordeel de geschillencommissie niet in voldoende mate bijdraagt tot het oplossen van geschillen die hun oorsprong vinden in consumentenklachten;
c. indien niet langer wordt voldaan aan de ten tijde van de erkenning van de geschillencommissie gestelde eisen ten aanzien van erkenning;
d. indien niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 7 gestelde voorwaarden.
2. Alvorens een beslissing tot intrekking te nemen hoort de Minister de geschillencommissie dan wel één of meer vertegenwoordigers daarvan, alsmede de overige naar zijn oordeel belanghebbenden.
a. Indien bij de aanvraag om erkenning zodanig onjuiste of onvolledige informatie is verstrekt dat de Minister bij de beslissing op een aanvraag om erkenning een andere beslissing zou hebben genomen indien hem de juiste informatie was verstrekt;
b. indien naar zijn oordeel de geschillencommissie niet in voldoende mate bijdraagt tot het oplossen van geschillen die hun oorsprong vinden in consumentenklachten;
c. indien niet langer wordt voldaan aan de ten tijde van de erkenning van de geschillencommissie gestelde eisen ten aanzien van erkenning;
d. indien niet wordt voldaan aan de krachtens artikel 7 gestelde voorwaarden.
2. Alvorens een beslissing tot intrekking te nemen hoort de Minister de geschillencommissie dan wel één of meer vertegenwoordigers daarvan, alsmede de overige naar zijn oordeel belanghebbenden.