BWBR0008429
Geldig vanaf 1997-02-01
Artikel 20
Wet energiedistributie
In verband met het onderbrengen of vervreemden van activiteiten die een rechtspersoon, aan wie een distributiebedrijf toebehoort, ingevolge artikel 12, eerste lid, niet zelf mag verrichten, in onderscheidenlijk aan een lichaam waarin deze rechtspersoon voor ten minste een derde gedeelte een belang heeft of dat met deze rechtspersoon in een groep is verbonden in de zin van artikel 24 bvan boek 2 van het Burgerlijk Wetboek:
a. wordt voor de heffing van de vennootschapsbelasting op de balans van dat lichaam geen goodwill opgevoerd met betrekking tot de van deze rechtspersoon verkregen vermogensbestanddelen;
b. vinden, in afwijking van artikel 8, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969,de artikelen 3.31 tot en met 3.46 van de Wet inkomstenbelasting 2001 geen toepassing met betrekking tot de overdracht van vermogensbestanddelen van deze rechtspersoon aan dat lichaam.
a. wordt voor de heffing van de vennootschapsbelasting op de balans van dat lichaam geen goodwill opgevoerd met betrekking tot de van deze rechtspersoon verkregen vermogensbestanddelen;
b. vinden, in afwijking van artikel 8, eerste lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969,de artikelen 3.31 tot en met 3.46 van de Wet inkomstenbelasting 2001 geen toepassing met betrekking tot de overdracht van vermogensbestanddelen van deze rechtspersoon aan dat lichaam.