BWBR0008421
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 12
Privacyreglement LBIO
1. De geregistreerde of ‐ indien deze de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt dan wel onder curatele is gesteld ‐ diens wettelijke vertegenwoordiger, kan de houder verzoeken hem mede te delen of en zo ja welke op de geregistreerde betrekking hebbende persoonsgegevens zijn opgenomen.
2. Een zodanig verzoek dient schriftelijk te worden gericht aan de houder.
3. Bij het verzoek om kennisneming van opgenomen gegevens kan de verzoeker de houder tevens vragen de herkomst van de opgenomen gegevens mede te delen.
4. Voordat aan het verzoek wordt voldaan dient de verzoeker zich ter vaststelling van zijn identiteit te legitimeren door overlegging van een geldig legitimatiebewijs dan wel een kopie daarvan.
5. De houder beantwoordt het verzoek binnen een maand na ontvangst schriftelijk, vergezeld van de nodige toelichting.
6. Het verzoek om kennisneming van opgenomen gegevens wordt ingevolge artikel 30 van de Wet persoonsregistraties geweigerd, indien dit noodzakelijk is om de persoonlijke levenssfeer van een ander dan verzoeker te beschermen.
7. Een weigering op het verzoek wordt door de houder met redenen omkleed. Hierbij wordt aangegeven waar, op welke wijze en tegen welke kosten tegen de beslissing van de houder kan worden opgekomen.
2. Een zodanig verzoek dient schriftelijk te worden gericht aan de houder.
3. Bij het verzoek om kennisneming van opgenomen gegevens kan de verzoeker de houder tevens vragen de herkomst van de opgenomen gegevens mede te delen.
4. Voordat aan het verzoek wordt voldaan dient de verzoeker zich ter vaststelling van zijn identiteit te legitimeren door overlegging van een geldig legitimatiebewijs dan wel een kopie daarvan.
5. De houder beantwoordt het verzoek binnen een maand na ontvangst schriftelijk, vergezeld van de nodige toelichting.
6. Het verzoek om kennisneming van opgenomen gegevens wordt ingevolge artikel 30 van de Wet persoonsregistraties geweigerd, indien dit noodzakelijk is om de persoonlijke levenssfeer van een ander dan verzoeker te beschermen.
7. Een weigering op het verzoek wordt door de houder met redenen omkleed. Hierbij wordt aangegeven waar, op welke wijze en tegen welke kosten tegen de beslissing van de houder kan worden opgekomen.