BWBR0008378
Geldig vanaf 1997-02-01
Artikel 3
Instelling Overleggroep late zwangerschapsafbreking
1. Als voorzitter, tevens lid, wordt benoemd:
Prof. dr. H.K.A. Visser, emeritus-hoogleraar kindergeneeskunde.
2. Als lid worden benoemd:
mevrouw mr. A.G. Korvinus, advocaat-generaal bij het gerechtshof te Amsterdam,
mevrouw mr. M.L.S.H. Groothuijse, beleidsmedewerker bij de Directie Beleid, sector Strafrechterlijk Beleid van het Ministerie van Justitie;
mevrouw M.G. de Boer, Inspecteur voor de Gezondheidszorg in algemene dienst,
Prof. dr. J.W. Wladimiroff, hoogleraar obstetrie en gynaecologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam,
dr. R. de Leeuw, als kinderarts-neonatoloog verbonden aan het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam,
mevrouw dr. G.C.M.L. Christiaens, als gynaecoloog verbonden aan de divisie obstetrie en gynaecologie van het Academisch Ziekenhuis Utrecht,
Prof. dr. I.D. de Beaufort, hoogleraar medische ethiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam,
Prof. dr. E. Schroten, hoogleraar christelijke ethiek aan de Universiteit Utrecht,
Prof. mr. dr. J.K.M. Gevers, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam,
mevrouw mr. R.P. de Valk-van Marwijk Kooij, advocaat te Arnhem;
tot secretaris:
mevrouw mr. M.C.E. van Heurck, beleidsmedewerker bij de Directie Curatieve Somatische Zorg, Afdeling Medische Ethiek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
tot plaatsvervangend secretaris:
mevrouw mr. B.M.J. de Kanter-Loven, verbonden aan het Centrum voor Bio-ethiek en Gezondheidsrecht van de Universiteit van Utrecht.
Prof. dr. H.K.A. Visser, emeritus-hoogleraar kindergeneeskunde.
2. Als lid worden benoemd:
mevrouw mr. A.G. Korvinus, advocaat-generaal bij het gerechtshof te Amsterdam,
mevrouw mr. M.L.S.H. Groothuijse, beleidsmedewerker bij de Directie Beleid, sector Strafrechterlijk Beleid van het Ministerie van Justitie;
mevrouw M.G. de Boer, Inspecteur voor de Gezondheidszorg in algemene dienst,
Prof. dr. J.W. Wladimiroff, hoogleraar obstetrie en gynaecologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam,
dr. R. de Leeuw, als kinderarts-neonatoloog verbonden aan het Academisch Medisch Centrum te Amsterdam,
mevrouw dr. G.C.M.L. Christiaens, als gynaecoloog verbonden aan de divisie obstetrie en gynaecologie van het Academisch Ziekenhuis Utrecht,
Prof. dr. I.D. de Beaufort, hoogleraar medische ethiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam,
Prof. dr. E. Schroten, hoogleraar christelijke ethiek aan de Universiteit Utrecht,
Prof. mr. dr. J.K.M. Gevers, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam,
mevrouw mr. R.P. de Valk-van Marwijk Kooij, advocaat te Arnhem;
tot secretaris:
mevrouw mr. M.C.E. van Heurck, beleidsmedewerker bij de Directie Curatieve Somatische Zorg, Afdeling Medische Ethiek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
tot plaatsvervangend secretaris:
mevrouw mr. B.M.J. de Kanter-Loven, verbonden aan het Centrum voor Bio-ethiek en Gezondheidsrecht van de Universiteit van Utrecht.