BWBR0008364
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 3
Uitvoeringsbesluit artikel 1065, Boek 8 Burgerlijk Wetboek
1. Wat betreft vorderingen ontstaan naar aanleiding van éénzelfde voorval terzake van schade die uit het vervoer van schadelijke stoffen voortvloeit, beloopt het bedrag waartoe de eigenaar van het schip zijn aansprakelijkheid kan beperken (gevaarlijke stoffenfonds), wanneer het vorderingen betreft terzake van dood of letsel (personenfonds):
a. voor een schip, niet bestemd tot het vervoer van zaken, in het bijzonder een passagiersschip, 900 rekeneenheden per kubieke meter waterverplaatsing tot het vlak van de grootst toegelaten waterdiepgang, vermeerderd voor schepen voorzien van mechanische voortbewegingswerktuigen met 3.152 rekeneenheden voor elke kilowatt van het vermogen van de voortbewegingswerktuigen;
b. voor een schip dat is bestemd voor het vervoer van zaken, 900 rekeneenheden per ton laadvermogen van het schip, vermeerderd voor schepen voorzien van mechanische voortbewegingswerktuigen met 3.152 rekeneenheden voor elke kilowatt van het vermogen van de voortbewegingswerktuigen;
c. voor een duw- of sleepboot, 3.152 rekeneenheden voor elke kilowatt van het vermogen van de voortbewegingswerktuigen;
d. voor een duwboot die op het tijdstip waarop de schade is veroorzaakt, hecht met duwbakken in een duweenheid was gekoppeld, het overeenkomstig c berekende bedrag, vermeerderd met 450 rekeneenheden per ton laadvermogen van de geduwde bakken; deze vermeerdering vindt niet plaats indien bewezen wordt dat de duwboot hulp heeft verleend aan een of meer van deze duwbakken;
e. voor een schip voorzien van mechanische voortbewegingswerktuigen, dat op het tijdstip waarop de schade is veroorzaakt andere hecht met dat schip gekoppelde schepen voortbeweegt, het overeenkomstig a, b en c berekende bedrag, vermeerderd met 450 rekeneenheden per ton laadvermogen of per kubieke meter waterverplaatsing van de andere schepen; deze vermeerdering vindt niet plaats indien bewezen wordt dat dit schip hulp heeft verleend aan een of meer van de gekoppelde schepen;
f. voor de volgens artikel 1060, vierde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek mede onder binnenschepen begrepen zaken: een bedrag gelijk aan tweemaal de waarde op het tijdstip van het voorval, dat aanleiding gaf tot de vordering.
2. Wanneer het enige andere vordering betreft (zakenfonds) wordt het bedrag van het fonds op dezelfde wijze berekend als op grond van het eerste lid met dien verstande dat het bedrag de helft van het bedrag van het personenfonds betreft.
3. In geen geval kan het bedrag van het personenfonds en het bedrag van het zakenfonds minder zijn dan 11.260.000 rekeneenheden.
4. Wordt in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder d en e, het personenfonds van de duwboot of van het voortbewegende schip vermeerderd met 450 rekeneenheden per ton laadvermogen van de geduwde bakken of met 450 rekeneenheden per ton laadvermogen of per kubieke meter waterverplaatsing van de andere gekoppelde schepen, dan wordt met betrekking tot vorderingen, die voortkomen uit hetzelfde voorval, het personenfonds voor iedere duwbak of ieder ander gekoppeld schip verminderd met 450 rekeneenheden per ton laadvermogen van de duwbak of 450 rekeneenheden per ton laadvermogen of per kubieke meter waterverplaatsing van het andere gekoppelde schip.
a. voor een schip, niet bestemd tot het vervoer van zaken, in het bijzonder een passagiersschip, 900 rekeneenheden per kubieke meter waterverplaatsing tot het vlak van de grootst toegelaten waterdiepgang, vermeerderd voor schepen voorzien van mechanische voortbewegingswerktuigen met 3.152 rekeneenheden voor elke kilowatt van het vermogen van de voortbewegingswerktuigen;
b. voor een schip dat is bestemd voor het vervoer van zaken, 900 rekeneenheden per ton laadvermogen van het schip, vermeerderd voor schepen voorzien van mechanische voortbewegingswerktuigen met 3.152 rekeneenheden voor elke kilowatt van het vermogen van de voortbewegingswerktuigen;
c. voor een duw- of sleepboot, 3.152 rekeneenheden voor elke kilowatt van het vermogen van de voortbewegingswerktuigen;
d. voor een duwboot die op het tijdstip waarop de schade is veroorzaakt, hecht met duwbakken in een duweenheid was gekoppeld, het overeenkomstig c berekende bedrag, vermeerderd met 450 rekeneenheden per ton laadvermogen van de geduwde bakken; deze vermeerdering vindt niet plaats indien bewezen wordt dat de duwboot hulp heeft verleend aan een of meer van deze duwbakken;
e. voor een schip voorzien van mechanische voortbewegingswerktuigen, dat op het tijdstip waarop de schade is veroorzaakt andere hecht met dat schip gekoppelde schepen voortbeweegt, het overeenkomstig a, b en c berekende bedrag, vermeerderd met 450 rekeneenheden per ton laadvermogen of per kubieke meter waterverplaatsing van de andere schepen; deze vermeerdering vindt niet plaats indien bewezen wordt dat dit schip hulp heeft verleend aan een of meer van de gekoppelde schepen;
f. voor de volgens artikel 1060, vierde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek mede onder binnenschepen begrepen zaken: een bedrag gelijk aan tweemaal de waarde op het tijdstip van het voorval, dat aanleiding gaf tot de vordering.
2. Wanneer het enige andere vordering betreft (zakenfonds) wordt het bedrag van het fonds op dezelfde wijze berekend als op grond van het eerste lid met dien verstande dat het bedrag de helft van het bedrag van het personenfonds betreft.
3. In geen geval kan het bedrag van het personenfonds en het bedrag van het zakenfonds minder zijn dan 11.260.000 rekeneenheden.
4. Wordt in de gevallen, bedoeld in het eerste lid, onder d en e, het personenfonds van de duwboot of van het voortbewegende schip vermeerderd met 450 rekeneenheden per ton laadvermogen van de geduwde bakken of met 450 rekeneenheden per ton laadvermogen of per kubieke meter waterverplaatsing van de andere gekoppelde schepen, dan wordt met betrekking tot vorderingen, die voortkomen uit hetzelfde voorval, het personenfonds voor iedere duwbak of ieder ander gekoppeld schip verminderd met 450 rekeneenheden per ton laadvermogen van de duwbak of 450 rekeneenheden per ton laadvermogen of per kubieke meter waterverplaatsing van het andere gekoppelde schip.