BWBR0008344
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 2
Nadere algemene voorschriften inzake de 36-urige werkweek bij de rijksoverheid
De volgende bepalingen zijn van toepassing op het sparen van vrije dagen, als bedoeld in artikel 1, tweede lid:
a. het bevoegd gezag verstrekt jaarlijks een opgave van het aantal gespaarde dagen aan de ambtenaar;
b. de opname van de vrije dagen wordt opgeschort, gedurende de periode dat de ambtenaar langer dan een maand ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte;
c. bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte en gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid wegens ziekte langer dan een maand staakt de opbouw van het spaartegoed;
d. bij overlijden wordt aan de nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden een bedrag voor ieder gespaard uur uitbetaald ter grootte van het salaris per uur dat de ambtenaar laatstelijk voor het overlijden genoot.
a. het bevoegd gezag verstrekt jaarlijks een opgave van het aantal gespaarde dagen aan de ambtenaar;
b. de opname van de vrije dagen wordt opgeschort, gedurende de periode dat de ambtenaar langer dan een maand ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte;
c. bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte en gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid wegens ziekte langer dan een maand staakt de opbouw van het spaartegoed;
d. bij overlijden wordt aan de nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgenden een bedrag voor ieder gespaard uur uitbetaald ter grootte van het salaris per uur dat de ambtenaar laatstelijk voor het overlijden genoot.