BWBR0008322
Geldig vanaf 1996-11-12
Artikel 4
Mandaatregeling Buitenlandse Zaken 1996
Lid 1. Aan de Secretaris-Generaal wordt bij deze mandaat verleend besluiten te nemen op het totale terrein van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking.
Lid 2. Voor deze algemene mandaatverlening gelden de volgende uitzonderingen:
bevoegdheden die bij of krachtens de wet niet mogen worden gemandateerd of tot de uitoefening waarvan een wet een speciale functionaris aanwijst;
bevoegdheden waarvan de aard zich tegen mandaatverlening verzet. Aan elk der bewindspersonen blijft voorbehouden de afdoening en ondertekening van stukken: gericht aan H.M. de Koningin;
gericht aan de Raad van ministers van het Koninkrijk, de Raad van ministers en de daaruit gevormde colleges;
gericht aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de voorzitters van de uit die Kamers gevormde commissies;
gericht aan Nederlandse Ministers en staatssecretarissen;
gericht aan de Raad van State van het Koninkrijk en de Raad van State;
gericht aan de Algemene Rekenkamer;
gericht aan de Nationale ombudsman;
inzake bezwaren tegen beslissingen die door bewindspersonen of namens deze door de Secretaris-Generaal zijn genomen;
gericht aan H.M. de Koningin;
gericht aan de Raad van ministers van het Koninkrijk, de Raad van ministers en de daaruit gevormde colleges;
gericht aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de voorzitters van de uit die Kamers gevormde commissies;
gericht aan Nederlandse Ministers en staatssecretarissen;
gericht aan de Raad van State van het Koninkrijk en de Raad van State;
gericht aan de Algemene Rekenkamer;
gericht aan de Nationale ombudsman;
inzake bezwaren tegen beslissingen die door bewindspersonen of namens deze door de Secretaris-Generaal zijn genomen;
Lid 3. Het tweede lid van dit artikel onder d tot en met g geldt niet ten aanzien van stukken van ondergeschikt beleidsmatig of politiek belang, dan wel van strikt informatieve aard, alsmede niet voorzover het gaat om stukken gewisseld in het kader van internationale en nationale rechterlijke en semi-rechterlijke bezwaar- en beroepsprocedures, resp. in het kader van onderzoeken van de Nationale ombudsman.
Lid 2. Voor deze algemene mandaatverlening gelden de volgende uitzonderingen:
bevoegdheden die bij of krachtens de wet niet mogen worden gemandateerd of tot de uitoefening waarvan een wet een speciale functionaris aanwijst;
bevoegdheden waarvan de aard zich tegen mandaatverlening verzet. Aan elk der bewindspersonen blijft voorbehouden de afdoening en ondertekening van stukken: gericht aan H.M. de Koningin;
gericht aan de Raad van ministers van het Koninkrijk, de Raad van ministers en de daaruit gevormde colleges;
gericht aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de voorzitters van de uit die Kamers gevormde commissies;
gericht aan Nederlandse Ministers en staatssecretarissen;
gericht aan de Raad van State van het Koninkrijk en de Raad van State;
gericht aan de Algemene Rekenkamer;
gericht aan de Nationale ombudsman;
inzake bezwaren tegen beslissingen die door bewindspersonen of namens deze door de Secretaris-Generaal zijn genomen;
gericht aan H.M. de Koningin;
gericht aan de Raad van ministers van het Koninkrijk, de Raad van ministers en de daaruit gevormde colleges;
gericht aan de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal en de voorzitters van de uit die Kamers gevormde commissies;
gericht aan Nederlandse Ministers en staatssecretarissen;
gericht aan de Raad van State van het Koninkrijk en de Raad van State;
gericht aan de Algemene Rekenkamer;
gericht aan de Nationale ombudsman;
inzake bezwaren tegen beslissingen die door bewindspersonen of namens deze door de Secretaris-Generaal zijn genomen;
Lid 3. Het tweede lid van dit artikel onder d tot en met g geldt niet ten aanzien van stukken van ondergeschikt beleidsmatig of politiek belang, dan wel van strikt informatieve aard, alsmede niet voorzover het gaat om stukken gewisseld in het kader van internationale en nationale rechterlijke en semi-rechterlijke bezwaar- en beroepsprocedures, resp. in het kader van onderzoeken van de Nationale ombudsman.