BWBR0008316
Geldig vanaf 2012-11-12
Artikel 5
Besluit ritueel slachten
1. Het onbedwelmd slachten van dieren geschiedt overeenkomstig de door de op grond van artikel 114, eerste lid, van de wetaangewezen toezichthouders in het belang van de bescherming van het dier gegeven aanwijzingen.
2. De in het eerste lid bedoelde aanwijzingen kunnen betrekking hebben op:
– de gang van zaken rond het slachtproces, daaronder mede verstaan de wijze waarop en de volgorde waarin dieren worden aangeboden voor de slacht;
– het aantal personen dat betrokken dient te zijn bij het fixeren, slachten en verbloeden van het dier;
– het staken van het slachtproces indien onvoldoende is gegarandeerd dat daarbij wordt voldaan aan de eisen van Verordening (EG) nr. 1099/2009 en van dit besluit.
3. Onverminderd het tweede lid mag, naast de bij de slachthandelingen betrokken personen en de personen die tijdens de slachthandelingen de israëlitische of islamitische ritus verrichten, ten hoogste één persoon bij het slachten aanwezig zijn.
2. De in het eerste lid bedoelde aanwijzingen kunnen betrekking hebben op:
– de gang van zaken rond het slachtproces, daaronder mede verstaan de wijze waarop en de volgorde waarin dieren worden aangeboden voor de slacht;
– het aantal personen dat betrokken dient te zijn bij het fixeren, slachten en verbloeden van het dier;
– het staken van het slachtproces indien onvoldoende is gegarandeerd dat daarbij wordt voldaan aan de eisen van Verordening (EG) nr. 1099/2009 en van dit besluit.
3. Onverminderd het tweede lid mag, naast de bij de slachthandelingen betrokken personen en de personen die tijdens de slachthandelingen de israëlitische of islamitische ritus verrichten, ten hoogste één persoon bij het slachten aanwezig zijn.