BWBR0008284
Geldig vanaf 1997-01-01
Artikel 3
Onderwijsregeling inburgering nieuwkomers 1997
1. De gemeente draagt er zorg voor dat de educatieve component voor de nieuwkomers van de gemeente beschikbaar is en draagt tevens zorg voor het totstandkomen van een onderwijsovereenkomst tussen de nieuwkomer en de instelling.
2. Op de onderwijsovereenkomst is artikel 8.1.3 van de wet van overeenkomstige toepassing. De onderwijsovereenkomst bevat voorts ten minste:
a. de datum waarop de nieuwkomer-deelnemer met het onderwijs aanvangt;
b. een verplichting tot het afleggen door de nieuwkomer-deelnemer en het afnemen door de instelling van de toets waaruit het door de nieuwkomer-deelnemer bereikte niveau en de mogelijkheden voor vervolgopleidingen kunnen worden afgeleid en waarbij het niveau van de nieuwkomer-deelnemer wordt getoetst in relatie tot het niveau van de opleiding Nederlands als tweede taal, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel c, van de wet;
c. de verplichting tot het verstrekken door de instelling van een document aan de nieuwkomer-deelnemer en de gemeente waaruit het in onderdeel b bedoelde niveau, de mogelijkheden voor vervolgopleidingen en het aantal lesuren dat de nieuwkomer-deelnemer heeft deelgenomen aan een opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel c, van de wet blijkt;
d. de verplichting tot het volgen van het tussen gemeente en instelling overeengekomen onderwijs door de nieuwkomer-deelnemer gedurende een periode van ten minste 6 maanden binnen een termijn van 9 maanden nadat de onderwijsovereenkomst is gesloten, tenzij de nieuwkomer-deelnemer het examen op een eerder tijdstip met gunstig gevolg heeft afgelegd, of door de nieuwkomer-deelnemer ten minste 500 uren van een opleiding Nederlands als tweede taal zijn gevolgd.
2. Op de onderwijsovereenkomst is artikel 8.1.3 van de wet van overeenkomstige toepassing. De onderwijsovereenkomst bevat voorts ten minste:
a. de datum waarop de nieuwkomer-deelnemer met het onderwijs aanvangt;
b. een verplichting tot het afleggen door de nieuwkomer-deelnemer en het afnemen door de instelling van de toets waaruit het door de nieuwkomer-deelnemer bereikte niveau en de mogelijkheden voor vervolgopleidingen kunnen worden afgeleid en waarbij het niveau van de nieuwkomer-deelnemer wordt getoetst in relatie tot het niveau van de opleiding Nederlands als tweede taal, bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel c, van de wet;
c. de verplichting tot het verstrekken door de instelling van een document aan de nieuwkomer-deelnemer en de gemeente waaruit het in onderdeel b bedoelde niveau, de mogelijkheden voor vervolgopleidingen en het aantal lesuren dat de nieuwkomer-deelnemer heeft deelgenomen aan een opleiding educatie als bedoeld in artikel 7.3.1, eerste lid, onderdeel c, van de wet blijkt;
d. de verplichting tot het volgen van het tussen gemeente en instelling overeengekomen onderwijs door de nieuwkomer-deelnemer gedurende een periode van ten minste 6 maanden binnen een termijn van 9 maanden nadat de onderwijsovereenkomst is gesloten, tenzij de nieuwkomer-deelnemer het examen op een eerder tijdstip met gunstig gevolg heeft afgelegd, of door de nieuwkomer-deelnemer ten minste 500 uren van een opleiding Nederlands als tweede taal zijn gevolgd.