BWBR0008264
Geldig vanaf 1996-10-10
Artikel 2
Verhaalsregeling pensioenpremies sector Rijk bij buitengewoon verlof van lange duur
1. Tenzij door of namens de werkgever anders is bepaald, is gedurende de tijd waarin de deelnemer in verband met buitengewoon verlof geheel is ontheven van de uitoefening van zijn functie anders dan voor de vervulling van een politieke functie waarin pensioenaanspraken worden verkregen, het verhaal gelijk aan de pensioenpremies die de betrokken werkgever voor hem is verschuldigd.
2. Tenzij door of namens de werkgever anders is bepaald, is gedurende de tijd waarin de deelnemer in verband met buitengewoon verlof gedeeltelijk is ontheven van de uitoefening van zijn functie anders dan voor de vervulling van een politieke functie waarin pensioenaanspraken worden verkregen, het verhaal gelijk aan de pensioenpremies die de betrokken werkgever voor hem naar evenredigheid over dat gedeelte is verschuldigd.
3. Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing indien de ontheffing:
a. uitsluitend in het persoonlijk belang van de deelnemer voor ten hoogste veertien aaneengesloten kalenderdagen is verleend;
b. is verleend in verband met ouderschapsverlof;
c. verband houdt met de terugbrenging van de werktijd, bedoeld in artikel 21a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of artikel 34a van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal;
d. verband houdt met de vervulling van de militaire dienstplicht;
e. is verleend voor de vervulling van een politieke functie waarin geen pensioenaanspraken worden verkregen.
2. Tenzij door of namens de werkgever anders is bepaald, is gedurende de tijd waarin de deelnemer in verband met buitengewoon verlof gedeeltelijk is ontheven van de uitoefening van zijn functie anders dan voor de vervulling van een politieke functie waarin pensioenaanspraken worden verkregen, het verhaal gelijk aan de pensioenpremies die de betrokken werkgever voor hem naar evenredigheid over dat gedeelte is verschuldigd.
3. Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing indien de ontheffing:
a. uitsluitend in het persoonlijk belang van de deelnemer voor ten hoogste veertien aaneengesloten kalenderdagen is verleend;
b. is verleend in verband met ouderschapsverlof;
c. verband houdt met de terugbrenging van de werktijd, bedoeld in artikel 21a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement of artikel 34a van het Ambtenarenreglement Staten-Generaal;
d. verband houdt met de vervulling van de militaire dienstplicht;
e. is verleend voor de vervulling van een politieke functie waarin geen pensioenaanspraken worden verkregen.