BWBR0008263
Geldig vanaf 1996-10-30
Artikel 3
Beleidsregel amateurluchtvaartuigen
1. Voor het verlengen van de termijn van geldigheid van het bewijs van luchtwaardigheid wordt door de eigenaar of houder van een amateurluchtvaartuig een aanvraag ingediend bij de directeur-generaal.
2. In de aanvraag wordt aangegeven:
a. dat het amateurluchtvaartuig nog steeds in luchtwaardige toestand verkeert;
b. dat eventuele wijzigingen zijn goedgekeurd door de ontwerper;
c. dat eventuele geluidswijzigingen en wijzigingen van de verplichte instrumenten, radio en transponder zijn goedgekeurd door de directeur-generaal, onder vermelding van het goedkeuringsnummer van de wijziging;
d. dat het amateurluchtvaartuig is onderhouden conform de aanwijzingen van de ontwerper;
e. het aantal vlieguren tijdens de voorgaande 12 maanden.
3. Bij de aanvraag wordt een log-entry gevoegd waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde luchtwaardigheidsaanwijzingen (AD), bijzondere luchtwaardigheidsaanwijzingen (BLA) en onderhoudsaanwijzingen voor luchtvaartmaterieel (OAL);
2. In de aanvraag wordt aangegeven:
a. dat het amateurluchtvaartuig nog steeds in luchtwaardige toestand verkeert;
b. dat eventuele wijzigingen zijn goedgekeurd door de ontwerper;
c. dat eventuele geluidswijzigingen en wijzigingen van de verplichte instrumenten, radio en transponder zijn goedgekeurd door de directeur-generaal, onder vermelding van het goedkeuringsnummer van de wijziging;
d. dat het amateurluchtvaartuig is onderhouden conform de aanwijzingen van de ontwerper;
e. het aantal vlieguren tijdens de voorgaande 12 maanden.
3. Bij de aanvraag wordt een log-entry gevoegd waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de van toepassing zijnde luchtwaardigheidsaanwijzingen (AD), bijzondere luchtwaardigheidsaanwijzingen (BLA) en onderhoudsaanwijzingen voor luchtvaartmaterieel (OAL);