BWBR0008233
Geldig vanaf 1996-10-01
Artikel 8
Maatregel te boek gestelde luchtvaartuigen 1996
1. Het verzoek, bedoeld in artikel 1304, eerste lid, onder a, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, wordt, voorzien van de in het vierde lid van dat artikel bedoelde rechterlijke machtiging, ter inschrijving aangeboden.
2. De rechterlijke machtiging tot doorhaling wordt door de griffier van het college dat haar gegeven heeft, op het verzoek aangetekend.
3. Teneinde deze machtiging te verkrijgen legt de verzoeker over een uittreksel van de registratie voor luchtvaartuigen, als bedoeld in artikel 102, eerste lid, van de wet, vermeldende ten minste de gegevens, bedoeld in artikel 92, tweede lid, onder a, c, d, e, f en g, van de wet, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen.
2. De rechterlijke machtiging tot doorhaling wordt door de griffier van het college dat haar gegeven heeft, op het verzoek aangetekend.
3. Teneinde deze machtiging te verkrijgen legt de verzoeker over een uittreksel van de registratie voor luchtvaartuigen, als bedoeld in artikel 102, eerste lid, van de wet, vermeldende ten minste de gegevens, bedoeld in artikel 92, tweede lid, onder a, c, d, e, f en g, van de wet, alsmede de gegevens omtrent niet doorgehaalde voorlopige aantekeningen.