BWBR0008216
Geldig vanaf 1996-09-04
Artikel 4
Vrijstellingsregeling uitrijverbod Achtkarspelen, Tytsjerksteradiel en Smallingerland 1996 en 1997
Aan de vrijstellingen, bedoeld in de artikelen 2en 3, worden de volgende voorschriften verbonden:
a) Degene die overeenkomstig deze vrijstellingsregeling mest uitrijdt is lid van de Vereniging Eastermar’s Lands-douwe of van de Vereniging voor Agrarisch Natuur- en Landschaps-beheer Achtkarspelen.
b) De onder a bedoelde persoon heeft een schriftelijke overeenkomst gesloten met één van deze verenigingen overeenkomstig het bij deze regeling gevoegde model.
c) Over de jaren 1996 en 1997 maakt het lid een mineralenbalans op, die is vormgeven overeenkomstig de voorstellen van het Project Mineralenboekhouding, als neergelegd in het rapport Mineralenaangifte naar keuze: voorstel voor de invulling van de verfijnde mineralenaangifte; oktober 1995.
d) Het maximaal toelaatbare mineralenverlies dat een lid realiseert voor 1996 is: voor fosfaat: het gemiddelde van het in 1995 gerealiseerde mineralenverlies en 50kg,
voor stikstof: het gemiddelde van het in 1995 gerealiseerde mineralenverlies en 350 kg. Indien deze gemiddelden lager uitvallen dan respectievelijk 50 kg of 350 kg of indien het mineralenverlies over het jaar 1995 niet betrouwbaar kan worden vastgesteld, dan gelden de maximaal toelaatbare verliezen van respectievelijk 50 kg en 350 kg.
voor fosfaat: het gemiddelde van het in 1995 gerealiseerde mineralenverlies en 50kg,
voor stikstof: het gemiddelde van het in 1995 gerealiseerde mineralenverlies en 350 kg.
e) Het maximaal toelaatbare mineralenverlies dat een lid realiseert voor 1997 is:
f) De gerealiseerde mineralenverliezen over de jaren 1995, 1996 en 1997 worden berekend door een boekhoudbureau en vastgesteld door het bestuur van de betreffende vereniging.
a) Degene die overeenkomstig deze vrijstellingsregeling mest uitrijdt is lid van de Vereniging Eastermar’s Lands-douwe of van de Vereniging voor Agrarisch Natuur- en Landschaps-beheer Achtkarspelen.
b) De onder a bedoelde persoon heeft een schriftelijke overeenkomst gesloten met één van deze verenigingen overeenkomstig het bij deze regeling gevoegde model.
c) Over de jaren 1996 en 1997 maakt het lid een mineralenbalans op, die is vormgeven overeenkomstig de voorstellen van het Project Mineralenboekhouding, als neergelegd in het rapport Mineralenaangifte naar keuze: voorstel voor de invulling van de verfijnde mineralenaangifte; oktober 1995.
d) Het maximaal toelaatbare mineralenverlies dat een lid realiseert voor 1996 is: voor fosfaat: het gemiddelde van het in 1995 gerealiseerde mineralenverlies en 50kg,
voor stikstof: het gemiddelde van het in 1995 gerealiseerde mineralenverlies en 350 kg. Indien deze gemiddelden lager uitvallen dan respectievelijk 50 kg of 350 kg of indien het mineralenverlies over het jaar 1995 niet betrouwbaar kan worden vastgesteld, dan gelden de maximaal toelaatbare verliezen van respectievelijk 50 kg en 350 kg.
voor fosfaat: het gemiddelde van het in 1995 gerealiseerde mineralenverlies en 50kg,
voor stikstof: het gemiddelde van het in 1995 gerealiseerde mineralenverlies en 350 kg.
e) Het maximaal toelaatbare mineralenverlies dat een lid realiseert voor 1997 is:
f) De gerealiseerde mineralenverliezen over de jaren 1995, 1996 en 1997 worden berekend door een boekhoudbureau en vastgesteld door het bestuur van de betreffende vereniging.