BWBR0008201
Geldig vanaf 1996-09-01
Artikel 5
Voorschriften en beperkingen verbonden aan machtigingen voor zendinrichtingen voor het doen van onderzoekingen radiozendamateurs
1. De zendinrichtingen behoeven niet van een toegelaten type te zijn.
2. Het maximum zendvermogen van de zendinrichtingen mag maximaal tweemaal (3 Db) het toegestane zendvermogen bedragen.
3. Zendinrichtingen dienen te zijn ingericht voor frequentiebanden waarin frequenties voorkomen die aan de machtiginghouder zijn toegewezen.
4. Zendinrichtingen die niet voldoen aan het gestelde, als genoemd in de leden 2 en 3 van dit artikel, dienen zodanig te zijn gedemonteerd dat de zendinrichtingen niet geschikt zijn of op eenvoudige wijze geschikt gemaakt kunnen worden voor het doen van uitzendingen.
2. Het maximum zendvermogen van de zendinrichtingen mag maximaal tweemaal (3 Db) het toegestane zendvermogen bedragen.
3. Zendinrichtingen dienen te zijn ingericht voor frequentiebanden waarin frequenties voorkomen die aan de machtiginghouder zijn toegewezen.
4. Zendinrichtingen die niet voldoen aan het gestelde, als genoemd in de leden 2 en 3 van dit artikel, dienen zodanig te zijn gedemonteerd dat de zendinrichtingen niet geschikt zijn of op eenvoudige wijze geschikt gemaakt kunnen worden voor het doen van uitzendingen.