BWBR0008154
Geldig vanaf 1996-07-11
Artikel 4
Liquiditeitsregeling Centrale Sociale Verzekeringsfondsen
1. De omvang van de in een kalenderjaar maximaal toelaatbare lening, bedoeld in artikel 3, is voor de centrale sociale verzekeringsfondsen gezamenlijk gelijk aan de som van de volgende twee factoren:
a. 50% van de som van de in het kalenderjaar te verwachten maximale tekorten aan liquide middelen van respectievelijk de Lisv-, SVb- en Zfr-cluster;
b. 50% van het in het kalenderjaar verwachte maximale tekort aan liquide middelen van de centrale sociale verzekeringsfondsen gezamenlijk.
2. De omvang van de voor de Lisv-, SVb- en Zfr-cluster gedurende het kalenderjaar verwachte maximale en gemiddelde tekorten aan liquide middelen wordt bepaald aan de hand van de voor de desbetreffende cluster behorende fondsen te verwachten middelenstanden per ultimo van iedere kalendermaand.
3. De voor de centrale sociale verzekeringsfondsen gezamenlijk vastgestelde omvang van het maximaal toelaatbare voorschot wordt naar rato van de maximale tekorten aan liquide middelen van respectievelijk de Lisv-, SVb- en Zfr-cluster aan de betreffende cluster toegekend.
4. Het gemiddeld toelaatbare bedrag voor een lening, bedoeld in artikel 3, wordt voor de Lisv-, SVb- en Zfr-cluster vastgesteld op en percentage van het maximaal toelaatbare voorschot aan deze clusters. Dit percentage is gelijk aan de verhouding tussen de gemiddeld en maximaal per kalenderjaar voor iedere cluster verwachte tekorten aan liquide middelen.
a. 50% van de som van de in het kalenderjaar te verwachten maximale tekorten aan liquide middelen van respectievelijk de Lisv-, SVb- en Zfr-cluster;
b. 50% van het in het kalenderjaar verwachte maximale tekort aan liquide middelen van de centrale sociale verzekeringsfondsen gezamenlijk.
2. De omvang van de voor de Lisv-, SVb- en Zfr-cluster gedurende het kalenderjaar verwachte maximale en gemiddelde tekorten aan liquide middelen wordt bepaald aan de hand van de voor de desbetreffende cluster behorende fondsen te verwachten middelenstanden per ultimo van iedere kalendermaand.
3. De voor de centrale sociale verzekeringsfondsen gezamenlijk vastgestelde omvang van het maximaal toelaatbare voorschot wordt naar rato van de maximale tekorten aan liquide middelen van respectievelijk de Lisv-, SVb- en Zfr-cluster aan de betreffende cluster toegekend.
4. Het gemiddeld toelaatbare bedrag voor een lening, bedoeld in artikel 3, wordt voor de Lisv-, SVb- en Zfr-cluster vastgesteld op en percentage van het maximaal toelaatbare voorschot aan deze clusters. Dit percentage is gelijk aan de verhouding tussen de gemiddeld en maximaal per kalenderjaar voor iedere cluster verwachte tekorten aan liquide middelen.