BWBR0008149
Geldig vanaf 1996-07-17
Artikel 2
Besluit tegemoetkoming studiekosten
1. Naast degenen die reeds op grond van artikel 7, onderdeel b, van de wet voor het terrein van de tegemoetkoming in de studiekosten op grond van hoofdstuk II van de wet met Nederlanders worden gelijkgesteld, worden voor het terrein van de tegemoetkoming in de studiekosten op grond van dat hoofdstuk met Nederlanders gelijkgesteld:
a. de aanvrager, bedoeld in artikel 8 van de wet, aan wie het ingevolge artikel 10, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, van de Vreemdelingenwet is toegestaan voor onbepaalde tijd in Nederland te verblijven, en
b. de aanvrager, bedoeld in artikel 8 van de wet, aan wie het ingevolge artikel 9 van de Vreemdelingenwet is toegestaan in Nederland te verblijven en die op de laatste dag van het studiejaar ten minste 3 jaren onafgebroken in Nederland woonachtig is.
2. De termijn van 3 jaren, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, geldt niet indien de aanvrager, bedoeld in artikel 8van de wet, Nederlander is geweest, in Nederland is geboren en tevens in totaal 15 jaren in Nederland heeft gewoond.
a. de aanvrager, bedoeld in artikel 8 van de wet, aan wie het ingevolge artikel 10, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, van de Vreemdelingenwet is toegestaan voor onbepaalde tijd in Nederland te verblijven, en
b. de aanvrager, bedoeld in artikel 8 van de wet, aan wie het ingevolge artikel 9 van de Vreemdelingenwet is toegestaan in Nederland te verblijven en die op de laatste dag van het studiejaar ten minste 3 jaren onafgebroken in Nederland woonachtig is.
2. De termijn van 3 jaren, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, geldt niet indien de aanvrager, bedoeld in artikel 8van de wet, Nederlander is geweest, in Nederland is geboren en tevens in totaal 15 jaren in Nederland heeft gewoond.