BWBR0008136
Geldig vanaf 1996-07-01
Artikel 3
Inkomensbesluit AOW 1996
1. Onder opbrengst van arbeid, bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt, voorzover deze arbeid door een werknemer in de zin van de Wet financiering sociale verzekeringenwordt verricht, verstaan het loon in de zin van die wet.
2. In afwijking van het eerste lid wordt niet als opbrengst van arbeid beschouwd:
a. een aanspraak om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen te ontvangen, voor zover deze niet wordt gedekt door stortingen van de werknemer;
b. een loondervingsuitkering;
c. een aanvulling op een loondervingsuitkering;
d. vakantie-uitkering.
3. In afwijking van het tweede lid, onderdelen b en c, worden voor zolang de dienstbetrekking voortduurt, uitkeringen op grond van de verplichte verzekering van de Ziektewet, op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorgaan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die weten op grond van de verplichte verzekering van de Werkloosheidswet, alsmede aanvullingen op die uitkeringen als opbrengst van arbeid beschouwd.
2. In afwijking van het eerste lid wordt niet als opbrengst van arbeid beschouwd:
a. een aanspraak om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen te ontvangen, voor zover deze niet wordt gedekt door stortingen van de werknemer;
b. een loondervingsuitkering;
c. een aanvulling op een loondervingsuitkering;
d. vakantie-uitkering.
3. In afwijking van het tweede lid, onderdelen b en c, worden voor zolang de dienstbetrekking voortduurt, uitkeringen op grond van de verplichte verzekering van de Ziektewet, op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorgaan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die weten op grond van de verplichte verzekering van de Werkloosheidswet, alsmede aanvullingen op die uitkeringen als opbrengst van arbeid beschouwd.