BWBR0008109
Geldig vanaf 1996-06-28
Artikel 4
Instelling Landelijk overleg- platform groene ruimte
1. Het overlegplatform bestaat uit dertien leden, te weten:
a. de directeur-generaal van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, die tevens voorzitter is;
b. de (plv.) directeur van de Directie Groene Ruimte en Recreatie;
c. zes leden van maatschappelijke organisaties aan te wijzen door de minister, waarvan: één lid op voordracht van de Stichting Natuur en Milieu;
één lid op voordracht van de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland;
twee leden op voordracht van de Federatie van Land - en Tuinbouworganisaties in Nederland;
één lid op voordracht van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond, ANWB;
één lid op voordracht van de Federatie Particulier Grondbezit;
één lid op voordracht van de Stichting Natuur en Milieu;
één lid op voordracht van de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland;
twee leden op voordracht van de Federatie van Land - en Tuinbouworganisaties in Nederland;
één lid op voordracht van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond, ANWB;
één lid op voordracht van de Federatie Particulier Grondbezit;
d. twee leden aan te wijzen door de minister op voordracht van de gezamenlijke provincies;
e. één lid aan te wijzen door de minister op voordracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
f. één lid aan te wijzen door de minister op voordracht van de Unie van Waterschappen;
g. één door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu aan te wijzen lid.
2. De directeur Landinrichting en Beheer Landbouwgronden is adviserend lid van het overlegplatform.
3. Het overlegplatform wijst uit zijn midden een vice-voorzitter aan.
a. de directeur-generaal van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, die tevens voorzitter is;
b. de (plv.) directeur van de Directie Groene Ruimte en Recreatie;
c. zes leden van maatschappelijke organisaties aan te wijzen door de minister, waarvan: één lid op voordracht van de Stichting Natuur en Milieu;
één lid op voordracht van de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland;
twee leden op voordracht van de Federatie van Land - en Tuinbouworganisaties in Nederland;
één lid op voordracht van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond, ANWB;
één lid op voordracht van de Federatie Particulier Grondbezit;
één lid op voordracht van de Stichting Natuur en Milieu;
één lid op voordracht van de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten in Nederland;
twee leden op voordracht van de Federatie van Land - en Tuinbouworganisaties in Nederland;
één lid op voordracht van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond, ANWB;
één lid op voordracht van de Federatie Particulier Grondbezit;
d. twee leden aan te wijzen door de minister op voordracht van de gezamenlijke provincies;
e. één lid aan te wijzen door de minister op voordracht van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten;
f. één lid aan te wijzen door de minister op voordracht van de Unie van Waterschappen;
g. één door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu aan te wijzen lid.
2. De directeur Landinrichting en Beheer Landbouwgronden is adviserend lid van het overlegplatform.
3. Het overlegplatform wijst uit zijn midden een vice-voorzitter aan.