BWBR0008106
Geldig vanaf 1996-06-29
Artikel 10
Integrale regeling specifieke doelgroepen 1996
De aanvullende vergoeding kan op een lager bedrag dan verleend worden vastgesteld, indien:
a. de activiteiten waarvoor de aanvullende vergoeding is bedoeld niet of niet geheel hebben plaatsgevonden,
b. de ontvanger van de aanvullende vergoeding heeft gehandeld in strijd met de aan de aanvullende vergoeding verbonden verplichtingen,
c. de ontvanger van de aanvullende vergoeding kennelijk in strijd heeft gehandeld, met het doel van de aanvullende vergoeding
d. de ontvanger van de aanvullende vergoeding onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van de aanvullende vergoeding zou hebben geleid, of
e. de verlening van de aanvullende vergoeding anderszins onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten.
a. de activiteiten waarvoor de aanvullende vergoeding is bedoeld niet of niet geheel hebben plaatsgevonden,
b. de ontvanger van de aanvullende vergoeding heeft gehandeld in strijd met de aan de aanvullende vergoeding verbonden verplichtingen,
c. de ontvanger van de aanvullende vergoeding kennelijk in strijd heeft gehandeld, met het doel van de aanvullende vergoeding
d. de ontvanger van de aanvullende vergoeding onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beschikking op de aanvraag tot verlening van de aanvullende vergoeding zou hebben geleid, of
e. de verlening van de aanvullende vergoeding anderszins onjuist was en de ontvanger dit wist of behoorde te weten.