BWBR0008079
Geldig vanaf 1996-08-01
Artikel VII
Besluit houdende wijzigingen van formatie- en bekostigingsbesluiten (arbeidsduurverkorting en bevordering arbeidsparticipatie ouderen)
Van de artikelen E.2 a, F.5 aen H.3 avan het Uitvoeringsbesluit W.C.B.O., zoals luidend op 31 december 1995, wordt afgeweken in die zin dat met ingang van het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit telkens:
1.in het eerste lid na «met de toepassing van» wordt gelezen: de bij of krachtens de Wet educatie en beroepsonderwijs vastgestelde regeling die overeenkomt met;
2. in het eerste lid na «Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel» wordt gelezen: zoals dat luidde op 31 juli 1996;
3. in het tweede lid 1°. na «toepassing van die regeling» wordt gelezen: ten minste tot en met 31 juli van het lopende schooljaar;
2°. na «personeel benoemt dat» wordt gelezen: ten minste een maand;
3°. na het laatstbedoelde «herplaatsingswachtgeld» wordt gelezen: en dat nog ten minste een half jaar recht op een dergelijke uitkering of wachtgeld zou hebben;
4°. de zinsnede «dan wel indien het bevoegd gezag door herbezetting van het desbetreffende aantal uren een ontslag voorkomt in het geval waarin zich een negatieve mutatie van de formatieve ontwikkeling voordoet die groter is dan de omvang van het natuurlijk verloop» onderscheidenlijk de zinsnede «dan wel indien het bestuur door herbezetting van het desbetreffende aantal uren een ontslag voorkomt in het geval waarin zich een negatieve mutatie van de formatieve ontwikkeling voordoet die groter is dan de omvang van het natuurlijk verloop» alleen toepassing vindt indien: a. het ontslag volledig en onvermijdelijk voortvloeit uit de daling van het aantal normatieve formatieplaatsen, verminderd met de daling wegens natuurlijk verloop en andere ontslagen,
b. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart dat de betrokkene bij vrijkomende formatieruimte wordt geplaatst in die formatieruimte,
c. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart over te gaan tot melding aan het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Arbeidsvoorzieningswet, van elke vacature die in de loop van het schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur beschikbaar komt, en
d. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart vacatures, niet strekkende tot vervanging van tijdelijk afwezig personeel, die in de loop van het schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur ontstaan, niet anders te zullen vervullen dan door benoeming van personeel als bedoeld in het tweede lid, tot een omvang van ten minste twee maal het met het in het tweede lid genoemde percentage overeenkomende aantal uren dat op 1 augustus van het lopende schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur voor herbezetting beschikbaar was.
a. het ontslag volledig en onvermijdelijk voortvloeit uit de daling van het aantal normatieve formatieplaatsen, verminderd met de daling wegens natuurlijk verloop en andere ontslagen,
b. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart dat de betrokkene bij vrijkomende formatieruimte wordt geplaatst in die formatieruimte,
c. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart over te gaan tot melding aan het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Arbeidsvoorzieningswet, van elke vacature die in de loop van het schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur beschikbaar komt, en
d. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart vacatures, niet strekkende tot vervanging van tijdelijk afwezig personeel, die in de loop van het schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur ontstaan, niet anders te zullen vervullen dan door benoeming van personeel als bedoeld in het tweede lid, tot een omvang van ten minste twee maal het met het in het tweede lid genoemde percentage overeenkomende aantal uren dat op 1 augustus van het lopende schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur voor herbezetting beschikbaar was.
1°. na «toepassing van die regeling» wordt gelezen: ten minste tot en met 31 juli van het lopende schooljaar;
2°. na «personeel benoemt dat» wordt gelezen: ten minste een maand;
3°. na het laatstbedoelde «herplaatsingswachtgeld» wordt gelezen: en dat nog ten minste een half jaar recht op een dergelijke uitkering of wachtgeld zou hebben;
4°. de zinsnede «dan wel indien het bevoegd gezag door herbezetting van het desbetreffende aantal uren een ontslag voorkomt in het geval waarin zich een negatieve mutatie van de formatieve ontwikkeling voordoet die groter is dan de omvang van het natuurlijk verloop» onderscheidenlijk de zinsnede «dan wel indien het bestuur door herbezetting van het desbetreffende aantal uren een ontslag voorkomt in het geval waarin zich een negatieve mutatie van de formatieve ontwikkeling voordoet die groter is dan de omvang van het natuurlijk verloop» alleen toepassing vindt indien: a. het ontslag volledig en onvermijdelijk voortvloeit uit de daling van het aantal normatieve formatieplaatsen, verminderd met de daling wegens natuurlijk verloop en andere ontslagen,
b. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart dat de betrokkene bij vrijkomende formatieruimte wordt geplaatst in die formatieruimte,
c. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart over te gaan tot melding aan het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Arbeidsvoorzieningswet, van elke vacature die in de loop van het schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur beschikbaar komt, en
d. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart vacatures, niet strekkende tot vervanging van tijdelijk afwezig personeel, die in de loop van het schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur ontstaan, niet anders te zullen vervullen dan door benoeming van personeel als bedoeld in het tweede lid, tot een omvang van ten minste twee maal het met het in het tweede lid genoemde percentage overeenkomende aantal uren dat op 1 augustus van het lopende schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur voor herbezetting beschikbaar was.
a. het ontslag volledig en onvermijdelijk voortvloeit uit de daling van het aantal normatieve formatieplaatsen, verminderd met de daling wegens natuurlijk verloop en andere ontslagen,
b. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart dat de betrokkene bij vrijkomende formatieruimte wordt geplaatst in die formatieruimte,
c. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart over te gaan tot melding aan het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Arbeidsvoorzieningswet, van elke vacature die in de loop van het schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur beschikbaar komt, en
d. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart vacatures, niet strekkende tot vervanging van tijdelijk afwezig personeel, die in de loop van het schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur ontstaan, niet anders te zullen vervullen dan door benoeming van personeel als bedoeld in het tweede lid, tot een omvang van ten minste twee maal het met het in het tweede lid genoemde percentage overeenkomende aantal uren dat op 1 augustus van het lopende schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur voor herbezetting beschikbaar was.
1.in het eerste lid na «met de toepassing van» wordt gelezen: de bij of krachtens de Wet educatie en beroepsonderwijs vastgestelde regeling die overeenkomt met;
2. in het eerste lid na «Rechtspositiebesluit onderwijspersoneel» wordt gelezen: zoals dat luidde op 31 juli 1996;
3. in het tweede lid 1°. na «toepassing van die regeling» wordt gelezen: ten minste tot en met 31 juli van het lopende schooljaar;
2°. na «personeel benoemt dat» wordt gelezen: ten minste een maand;
3°. na het laatstbedoelde «herplaatsingswachtgeld» wordt gelezen: en dat nog ten minste een half jaar recht op een dergelijke uitkering of wachtgeld zou hebben;
4°. de zinsnede «dan wel indien het bevoegd gezag door herbezetting van het desbetreffende aantal uren een ontslag voorkomt in het geval waarin zich een negatieve mutatie van de formatieve ontwikkeling voordoet die groter is dan de omvang van het natuurlijk verloop» onderscheidenlijk de zinsnede «dan wel indien het bestuur door herbezetting van het desbetreffende aantal uren een ontslag voorkomt in het geval waarin zich een negatieve mutatie van de formatieve ontwikkeling voordoet die groter is dan de omvang van het natuurlijk verloop» alleen toepassing vindt indien: a. het ontslag volledig en onvermijdelijk voortvloeit uit de daling van het aantal normatieve formatieplaatsen, verminderd met de daling wegens natuurlijk verloop en andere ontslagen,
b. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart dat de betrokkene bij vrijkomende formatieruimte wordt geplaatst in die formatieruimte,
c. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart over te gaan tot melding aan het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Arbeidsvoorzieningswet, van elke vacature die in de loop van het schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur beschikbaar komt, en
d. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart vacatures, niet strekkende tot vervanging van tijdelijk afwezig personeel, die in de loop van het schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur ontstaan, niet anders te zullen vervullen dan door benoeming van personeel als bedoeld in het tweede lid, tot een omvang van ten minste twee maal het met het in het tweede lid genoemde percentage overeenkomende aantal uren dat op 1 augustus van het lopende schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur voor herbezetting beschikbaar was.
a. het ontslag volledig en onvermijdelijk voortvloeit uit de daling van het aantal normatieve formatieplaatsen, verminderd met de daling wegens natuurlijk verloop en andere ontslagen,
b. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart dat de betrokkene bij vrijkomende formatieruimte wordt geplaatst in die formatieruimte,
c. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart over te gaan tot melding aan het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Arbeidsvoorzieningswet, van elke vacature die in de loop van het schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur beschikbaar komt, en
d. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart vacatures, niet strekkende tot vervanging van tijdelijk afwezig personeel, die in de loop van het schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur ontstaan, niet anders te zullen vervullen dan door benoeming van personeel als bedoeld in het tweede lid, tot een omvang van ten minste twee maal het met het in het tweede lid genoemde percentage overeenkomende aantal uren dat op 1 augustus van het lopende schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur voor herbezetting beschikbaar was.
1°. na «toepassing van die regeling» wordt gelezen: ten minste tot en met 31 juli van het lopende schooljaar;
2°. na «personeel benoemt dat» wordt gelezen: ten minste een maand;
3°. na het laatstbedoelde «herplaatsingswachtgeld» wordt gelezen: en dat nog ten minste een half jaar recht op een dergelijke uitkering of wachtgeld zou hebben;
4°. de zinsnede «dan wel indien het bevoegd gezag door herbezetting van het desbetreffende aantal uren een ontslag voorkomt in het geval waarin zich een negatieve mutatie van de formatieve ontwikkeling voordoet die groter is dan de omvang van het natuurlijk verloop» onderscheidenlijk de zinsnede «dan wel indien het bestuur door herbezetting van het desbetreffende aantal uren een ontslag voorkomt in het geval waarin zich een negatieve mutatie van de formatieve ontwikkeling voordoet die groter is dan de omvang van het natuurlijk verloop» alleen toepassing vindt indien: a. het ontslag volledig en onvermijdelijk voortvloeit uit de daling van het aantal normatieve formatieplaatsen, verminderd met de daling wegens natuurlijk verloop en andere ontslagen,
b. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart dat de betrokkene bij vrijkomende formatieruimte wordt geplaatst in die formatieruimte,
c. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart over te gaan tot melding aan het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Arbeidsvoorzieningswet, van elke vacature die in de loop van het schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur beschikbaar komt, en
d. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart vacatures, niet strekkende tot vervanging van tijdelijk afwezig personeel, die in de loop van het schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur ontstaan, niet anders te zullen vervullen dan door benoeming van personeel als bedoeld in het tweede lid, tot een omvang van ten minste twee maal het met het in het tweede lid genoemde percentage overeenkomende aantal uren dat op 1 augustus van het lopende schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur voor herbezetting beschikbaar was.
a. het ontslag volledig en onvermijdelijk voortvloeit uit de daling van het aantal normatieve formatieplaatsen, verminderd met de daling wegens natuurlijk verloop en andere ontslagen,
b. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart dat de betrokkene bij vrijkomende formatieruimte wordt geplaatst in die formatieruimte,
c. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart over te gaan tot melding aan het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Arbeidsvoorzieningswet, van elke vacature die in de loop van het schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur beschikbaar komt, en
d. het bevoegd gezag onderscheidenlijk het bestuur verklaart vacatures, niet strekkende tot vervanging van tijdelijk afwezig personeel, die in de loop van het schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur ontstaan, niet anders te zullen vervullen dan door benoeming van personeel als bedoeld in het tweede lid, tot een omvang van ten minste twee maal het met het in het tweede lid genoemde percentage overeenkomende aantal uren dat op 1 augustus van het lopende schooljaar bij de school of scholen van het bevoegd gezag onderscheidenlijk bij het bestuur voor herbezetting beschikbaar was.